De arbeidsvoorwaarden van rijksambtenaren zouden veel meer in lijn gebracht moeten worden met de gebruiken in de marktsector.
Door de arbeidsvoorwaarden voor ambtenaren flexibeler te maken, krijgt het Rijk meer ruimte voor de grootscheepse reorganisatie van het ambtenarenapparaat die tot 2015 op stapel staat. Het kabinet wil onder de noemer ‘compacte overheid’ structureel €800 mln besparen. Hierbij staan naar schatting ongeveer 15.000 van de 123.000 banen op het spel.
‘Last in, first out’
De overheid wil overtollige ambtenaren zonder al te veel rompslomp kunnen herplaatsen bij lagere overheden zoals provincies en gemeenten, maar ook bij bedrijven. Nu kan dat nog uitsluitend op basis van vrijwilligheid.
Het Rijk wil verder af van het ‘last in, first out’-principe, waarbij een werknemer die het laatst is aangenomen, bij een reorganisatie het eerst moet vertrekken. In de marktsector is al een aantal jaren gebruikelijk dat dit zogeheten ‘lifo-principe’ wordt gehanteerd binnen leeftijdscohorten van 15 tot 24 jaar, 25 tot 34 jaar, et cetera. Degene met de minste dienstjaren binnen zijn cohort, wordt dan ontslagen. Op die manier wordt in de marktsector voorkomen dat bij ontslagrondes altijd vooral jonge werknemers het veld ruimen. Het Rijk ziet in deze handelwijze van de markt ook kansen voor de sterk vergrijsde overheid.
Ontslag zonder exitpremie
Een andere doorn in het oog is de jarenlange loonaanvulling die de rijksoverheid nu nog moet blijven voldoen als ze een boventallige ambtenaar een andere baan aanbiedt. Bronnen melden dat de overheid liever een nieuw systeem zou introduceren waarbij een boventallige rijksambtenaar een andere baan binnen of buiten de publieke sector moet aanvaarden. Weigert hij, dan betekent dat ontslag zonder exitpremie. Gaat hij wel akkoord, dan wordt zijn salaris nog een aantal jaren aangevuld tot het oude niveau, zodat hij aan zijn nieuwe levensstandaard kan wennen. De loonsuppletie wordt daarna geleidelijk afgebouwd.
De afgelopen dertig jaar is er al een trend om het ambtenarenrecht steeds meer gelijk te trekken met de rechten van andere werknemers. De laatste vijf jaar wordt die roep sterker. Zo is er nu een initiatiefwetsvoorstel om het ambtenarenontslag te versoepelen.
Nullijn
De vakbonden liggen momenteel op ramkoers met het Rijk. De onderhandelingen over een nieuwe cao en het daaraan gekoppelde sociaal plan liggen al sinds april 2011 stil. De bonden eisen onder meer de belofte dat er bij de komende reorganisaties geen gedwongen ontslagen zullen vallen. Ook ijveren ze voor een loonsverhoging van 2% met terugwerkende kracht tot begin 2011. Het kabinet heeft echter in het regeerakkoord geschreven dat de hele publieke sector (exclusief de zorgsector) een nullijn voor de lonen van twee jaar moet accepteren.
In ruil daarvoor biedt het Rijk wel ‘een uiterste inspanningsverplichting’ om met ontslag bedreigde ambtenaren aan een andere baan te helpen, ook in deze tijd van oplopende werkloosheid. Maar dat is voor de bonden onvoldoende, hoewel de overheid een serieuze financiële prikkel heeft om haar belofte waar te maken. Het Rijk betaalt namelijk geen WW-premie en moet de werkloosheidsuitkering van zijn ontslagen werknemers dus zelf bekostigen.
"Luxeprobleem" loon
De sombere economische vooruitzichten voor dit jaar maken het alleen maar lastiger om alsnog tot een akkoord te komen over een cao, sociaal plan en soepeler arbeidsvoorwaarden, is de inschatting aan de Haagse kant. Nieuwe tegenvallers nopen het kabinet immers tot nieuwe bezuinigingen. Het valt dan ook niet uit te sluiten dat dit voorjaar bekend wordt dat nog meer ambtenarenbanen worden geschrapt of dat de lonen in de publieke sector nog langer worden bevroren.
Vakbond Abvakabo FNV maakt zich ondertussen op voor een nieuwe reeks van acties, zegt bestuurder Marco Ouwehand. Dat deed de vakbeweging al eerder, maar de belangstelling was niet groot. ‘We gooien de handdoek nog niet in de ring, maar we gaan samenwerken met de gemeente- en provincieambtenaren die ook een cao-conflict hebben. Misschien vinden we met elkaar de juiste toon, waardoor mensen inzien dat dit over hun baan gaat in plaats van het “luxeprobleem” loon’, zegt hij.
Verder gaan de bonden hun ‘overlegrecht’ met het Rijk inzetten om van elke kleine reorganisatie of verandering van arbeidsvoorwaarden een gedetailleerde bespreking te maken. Zo hopen zij het reorganisatieproces te vertragen en de departementen zo te vermoeien dat die alsnog een rijksbreed sociaal plan afsluiten.
"Volgens de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, heeft Nederland in vergelijking met overeenkomstige landen zoals Zweden, Denemarken en Engeland, een relatief kleine overheid."