Maar het is kortzichtig om te veronderstellen dat het Nederlandse zorgstelsel ingeslapen is en meer marktprikkels nodig heeft om wakker te worden. Onze gezondheidzorg is namelijk al uitermate responsief en efficiënt.
Voorbeelden
Twee voorbeelden: Toen minister Borst het budget voor de zorg uitbreidde, waren de wachtlijsten in een mum van tijd verdwenen. De marktprikkels die in de afgelopen jaren zijn ingevoerd, hebben geleid tot lagere prijzen van producten van de gezondheidszorg, maar een overcompensatie van het volume heeft de zorg alleen maar duurder gemaakt.
Het is een naïeve gedachte dat al deze zorg nodig is. Te vaak wordt vergrijzing gezien als een verklaring voor de toename van de zorgvraag, waarmee een toename van het volume ook onvermijdbaar zou zijn. De werkelijkheid is anders. De toename van het aantal ouderen en de langere levensduur kunnen slechts 1% van de volumetoename verklaren.
Een andere — en waarschijnlijker — verklaring is dat de rest van de jaarlijkse 4 tot 7% volumegroei door marktwerking is uitgelokt. Nu al is bijna de helft van de dotterbehandelingen — het oprekken van de kransslagaderen — bewezen onnodig. Screening op prostaatkanker bij gezonde middelbare mannen leidt tot veel diagnostiek, operaties, bestraling, impotentie en incontinentie die niet in verhouding staat tot de bereikte gezondheidswinst.
Bubblezorg
Voor veel van de chemotherapeutische behandelingen bij patiënten met kanker geldt dat de bereikte toename en kwaliteit van leven verwaarloosbaar is. Er is dus heel veel ‘bubble-zorg’ die wel kost, maar niet levert. Verschraling van de langdurige zorg ligt op de loer.
Het hoeft dan ook niet te verbazen dat er in reactie op deze verregaande en invasieve medicalisering een volksbewustzijn op gang komt dat ‘niet alles moet wat kan’. Inmiddels heeft de beweging ‘uit vrije wil’ zo’n 150.000 handtekeningen opgehaald omdat een zelfverkozen dood de enige uitweg wordt om je als burger aan het gezondheidsapparaat te kunnen onttrekken.
Het is maar de vraag of de kosten in de gezondheidszorg onbeheersbaar zijn. Wellicht is het een (on)bewuste keuze of we het laten gebeuren of niet. Het Verenigd Koninkrijk kent sedert de Tweede Wereldoorlog een strikt genationaliseerde gezondheidszorg, met een flard aan privaat gereguleerde zorg.
Met een financieel beslag van nog geen 10% van het bbp wordt daar een behoorlijk gezondheidsstelsel neergezet. Niet dat het systeem geen problemen of mankementen zou kennen. Maar het is illusionair dat het systeem door de toelating van marktprikkels sterk zou kunnen verbeteren.
We houden ons voor de gek
Meerdere regeringen van socialistische en conservatieve snit hebben de kern van het stelsel onaangeroerd gelaten en de gezondheidszorg niet verder ‘vermarkt’. In de Verenigde Staten wordt de gezondheidszorg vrijwel volledig gestuurd door marktprikkels. De kosten van de zorg bedragen daar 18% van het bbp, terwijl het systeem inferieur is op aspecten zoals toegankelijkheid, solidariteit en transparantie.
We houden ons voor de gek als we geloven dat we door winstuitkering een vraaggestuurde zorg krijgen tegen een zo’n laag mogelijke prijs. Winstuitkering zal de totale kosten van de zorg doen toenemen. De facto is sprake van een ‘push-market’.
Rudi Westendorp is hoogleraar ouderengeneeskunde en directeur van de Leyden Academy on Vitality and Ageing.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.