Alarmerend nieuws op de website van Eindhoven Dichtbij: twee jongemannen van 17 en 19 hebben in de nacht van zaterdag op zondag geprobeerd brandstof te stelen uit geparkeerde auto’s aan de Echternachlaan in Eindhoven. Nu de benzineprijs bijna dagelijks een nieuw record aantikt, is het bijna onverantwoord een auto onbeheerd achter te laten.
De westerse angst voor de nucleaire aspiraties van Iran werkt op verschillende manier door in het dagelijks leven van de gewone Nederlander. Terwijl Washington en Brussel met behulp van een handelsembargo de druk op Teheran opvoeren en Teheran op zijn beurt preventief de olie-uitvoer aan banden legt, loopt de prijs van olie snel op. Gisteren werd er $121 voor een vat Brent neergelegd.
Daarmee is de prijs weer in de buurt van het niveau van een jaar geleden, toen de markt nerveus reageerde op de Arabische Lente. Het grote verschil is dat er toen $1,45 in een euro ging en nu 15 dollarcent minder. Omgerekend naar euro’s kost een vat Noordzee-olie (Brent, de benchmark voor de meeste oliesoorten) inmiddels €91,41. Dat is maar anderhalve euro onder het alltime high van de zomer van 2008, enkele maanden voor de val van zakenbank Lehman de kredietcrisis uitlokte.
Geen wonder dat de benzineprijs zo hoog is. Let wel, in Europa. Voor Amerikanen is er nog weinig aan de hand. Voor hen is West Texas Intermediate van belang. Die oliesoort is momenteel vanwege lokale marktfactoren circa $15 goedkoper dan Brent. Daar moet de prijs nog zo’n 40% stijgen voordat de piek van 2008 in zicht komt.
De hoge olieprijs komt het kwakkelende Europa slecht uit, omdat die de consumptie onder druk zet. Iedere euro extra in de benzinetank kan immers niet worden gebruikt voor een mandje boodschappen. Die euro verdwijnt bovendien grotendeels naar de schatkist van olie-exporteurs als Saudi-Arabië, Rusland en Noorwegen, wat er dus toe leidt dat de opbrengst van de internationale handel geringer wordt.
Enkele weken geleden waarschuwde het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dat de gevolgen van de spanningen rond Iran groot kunnen zijn. Als Iran helemaal geen olie meer zou uitvoeren, zouden er per dag 1,5 miljoen vaten ruwe olie minder op de markt komen. Zonder extra productie van andere landen, kan de olieprijs volgens het fonds zo met 20% tot 30% oplopen.
Voor de Nederlandse economie zouden de gevolgen groot zijn. Het Centraal Planbureau (CPB) hanteert als vuistregel dat een 20% hogere olieprijs (een jaar lang volgehouden) 0,4 procentpunt van de groei afsnoept. Nu al ligt de prijs 10% hoger dan toen de Haagse rekenmeesters hun prognose voor 2012 — een krimp van 0,5% — presenteerden. Als de inschatting van het IMF uitkomt, dan is een dubbel zo grote economische krimp verre van denkbeeldig. Wat dat met het begrotingstekort doet en met de noodzakelijke bezuinigingen, laat zich raden.
De economische implicaties van de stijgende olieprijs bleven vorig jaar beperkt tot een tijdelijk inflatoir effect, doordat de stijging in de tweede helft van het jaar grotendeels ongedaan werd gemaakt. Dat scenario kan zich nu herhalen, zegt econoom Michel van der Stee van Van Lanschot. ‘Een paar weken van dure olie is te overzien. Als het een paar maanden gaat duren, wordt het pijnlijk.’
Door de prijzen aan de pomp is het iedereen wel duidelijk dat olie duur is. Wat minder opvalt, is dat de laatste tijd ook de voedselprijzen weer in de lift zitten. Ook als de Iraanse kwestie snel opgelost wordt, blijft de koopkracht nog wel even onder druk staan.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.