Er is alleen gekeken naar de belangen van de Europese economie als geheel en de gebruikers van de beurzen, zo maakte hij duidelijk. ‘Nationale vlaggen zijn in het geheel niet relevant voor mij en mijn team’, aldus de Spanjaard.
Openheid
Met ongebruikelijk vertoon van openheid erkende hij dat de Franse interne-marktcommissaris Michel Barnier binnen de Commissie had gepleit voor uitstel van de beslissing over het omstreden dossier, maar die manoeuvre werd door hem met succes gepareerd. ‘Er is niet gestemd’, aldus Almunia, die daarmee aangaf dat Barnier zich na de ruim een uur durende discussie gewonnen had gegeven.
Almunia maakte korte metten met alle argumenten voor de fusie, die volgens hem een ‘quasi-monopolie’ zou hebben gecreëerd in de mondiale markt voor de via beurzen verhandelde derivaten. Deutsche Börse is daarin een grote partij via dochter Eurex en de NYSE via de Londense Liffe. In de mondiale markt voor derivaten met een onderliggende Europese waarde, zoals Europese rentes, aandelen en aandelenindexen, zou dat hebben geleid tot een marktaandeel van 90%. De resterende 10% is in handen van alle andere marktpartijen.
'Enige concurrenten'
‘We hebben naar de productcategorieën gekeken en vastgesteld dat zij elkaars enige concurrenten zijn’, aldus Almunia. Nieuwe toetreders kunnen nu al nauwelijks een voet tussen de deur krijgen in de markt, die zich afspeelt binnen zogenaamde silo’s, waarin de handel verticaal is geïntegreerd. ‘De dynamiek van de markt zou de monopolistische positie nog hebben versterkt, met als resultaat hogere prijzen en minder stimulansen om te innoveren’, aldus Almunia.
Ook het argument dat de beursverhandelde derivaten (ETD) concurreren met de veel grotere markt voor zogenaamde over the counter-derivaten, werd door Almunia gemakkelijk weerlegd. De gemiddelde contractwaarde voor de gestandaardiseerde ETD’s is €100.000, die van een otc-derivaat is gemiddeld €200 mln. De markten zijn volgens Almunia dan ook niet te vergelijken en concurreren onderling niet.
Publieke discussie
Almunia heeft in zijn onderzoek, dat in augustus begon, zevenhonderd belanghebbenden geconsulteerd tijdens twee rondes. Hij had zich ook verbaasd over de publieke discussie die erover door de fusiepartners werd gevoerd, ‘met argumenten die helemaal niets met de zaak zelf te maken heben. Ik zie de speciale belangen wel die hiermee van hun kant gemoeid zijn. Maar dat zijn de economische belangen, de voordelen die een quasi monopolie met zich meebrengt’.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.