Volgens filmmaker Charles Ferguson ontstond de crisis in het begin van de jaren tachtig, toen het bankwezen de overheid naar zijn hand wist te zetten. Een krachtige lobby, met gulle donaties aan Democraten én Republikeinen, masseerde wetgevers en toezichthouders.
Slechts één toezichthouder probeerde een dam op te werpen tegen het vrijbuitersleven van bankiers. Maar de vrouw die dat aandurfde, Brooksley Born, directeur van de Commodities Futures Trading Commission, delfde het onderspit tegen de Wall Street-mannetjesputters. Namens de banken veegde Larry Summers, de belangrijkste economisch adviseur van president Bill Clinton, met haar de vloer aan.
Innovatie zou tot spreiding van risico’s leiden
Vijf jaar later wuifde dezelfde Summers hooghartig de waarschuwing weg van Raghuram Rajan, toen IMF-chef-econoom. In een presentatie voor het Jackson Hole-symposium van centrale bankiers zei Rajan dat financiële innovatie door perverse prikkels (opties en bonussen) enorme risico’s had gecreëerd. Helaas voor Rajan botste die boodschap met het wereldbeeld van zijn publiek. Hij werd genegeerd.
Het gros van economen en centrale bankiers geloofde dat financiële markten efficiënt werkten. Innovatie zou tot spreiding van risico’s leiden. Alan Greenspan, de bewierookte Fed-president, had het met zoveel woorden gezegd. Helaas werd Greenspan geloofd.
Misplaatst geloof
Een misplaatst geloof, laat Inside Job overtuigend zien. De film toont de nauwe banden die financiële instellingen in de loop der jaren smeedden met gerenommeerde economen, met overheid en centrale bank. Zo schnabbelde Larry Summers als adviseur van hedgefondsen en was zijn Harvard-collega Martin Feldstein commissaris bij verzekeraar AIG, de grootste verkoper van kredietderivaten ter wereld.
Gênant is het gesprek met Columbia-professor Frederic Mishkin. Hij schreef voor de IJslandse kamer van koophandel een lovend rapport: Financial Stability in Iceland. De studie verscheen in 2006, twee jaar voordat het, als het grootste hedgefonds ter wereld, kopje-onder ging.
Ongemakkelijke vraag
Dezelfde Mishkin werd in 2006 lid van de directie van de Amerikaanse centrale bank. Alleen daardoor werd openbaar dat hij $ 124.000 verdiende met dit flutrapport. Zelf had hij dit bedrag niet hoeven vermelden omdat universiteiten daar het aan professoren zelf overlaten of zij nevenactiviteiten bekendmaken.
Kunnen economen objectieve wetenschap bedrijven als zij het veelvoud van hun salaris verdienen met opdrachten voor ondernemingen? Een ongemakkelijke vraag, die Inside Job voorlegt aan enkele topeconomen. Niemand geeft een indrukwekkend antwoord.
Larry Summers weigerde mee te werken
Een van de ondervraagden, Glenn Hubbard, die korte tijd de belangrijkste economisch adviseur was van president George W. Bush, laat zijn vriendelijke masker vallen zodra de interviewer vraagt voor welke financiële instellingen hij diensten heeft verleend. ‘U hebt nog drie minuten’, spuugt hij giftig. Hij verwaardigt zich geen antwoord.
De ontluistering wordt hilarisch als Frederic Mishkin wordt gevraagd waarom het rapport over IJsland op zijn cv de titel Financial Instability in Iceland draagt. Dat moet een verschrijving zijn geweest, antwoordt hij bedremmeld. Gelukkig maar. Ik dacht even dat het ijdelheid was, een poging om een brevet van onvermogen weg te poetsen.
Nee, dan gedraagt Larry Summers zich stukken slimmer. Hij weigerde gewoon mee te werken aan de documentaire. Toch gaat ook zijn reputatie eraan. Want wie bankiers beschermt tegen terechte kritiek en tegelijk uit de financiële ruif meesmult, mag getalenteerd zijn, maar ik zou hem geen topeconoom noemen. Negeer Larry Summers. Negeer Glenn Hubbard. Negeer alle gerenommeerde deugnieten.
Bruno de Haas is hoofd Beleid en Onderzoek bij Media Pensioen Diensten.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.