Ondertussen heeft een zeker gevoel van eurocrisismoeheid zich van velen meester gemaakt. Het emmert maar door en er lijkt geen einde aan te komen.
De Europese politici, die tot dusver bij voortduring achter de feiten aan hebben gelopen, zijn er nog steeds niet op een overtuigende wijze uitgekomen. En de verhalen van analisten worden ook alsmaar wilder.
Zo konden wij afgelopen maandag in de column van Bruno de Haas lezen dat het redden van Griekenland ons een jaarsalaris gaat kosten. Misschien toch even tijd voor wat bezinning, want dergelijke uitingen lijken mij nogal buitenissig.
Politiek leiders doen hun best
Maar onze politiek leiders doen inderdaad wel heel erg hun best om er niet uit te komen. Nu wordt de bal weer bij de opkomende markten zoals China, India en Brazilië neergelegd. Die hebben immers grote deviezenvoorraden en kunnen dus best wat bijdragen.
Bij het aanhoren van zo’n redenering breekt mijn klomp. Even een paar feiten op een rij zetten. De Economische en Monetaire Unie (EMU), die zichzelf een schuldencrisis heeft aangepraat, heeft gemiddeld een overheidsschuld van tegen de 90% van het bruto binnenlands product (bbp) en een overheidstekort van gemiddeld 4%. Vergelijk dit eens met het Verenigd Koninkrijk (respectievelijk ruim 80% en 9%), de Verenigde Staten (100% en 9%) en Japan (ruim 230% en circa 10%).
De EMU staat er dus gemiddeld beter voor dan de andere grote westerse blokken. Verder heeft de EMU de externe positie (lopende rekening betalingsbalans) redelijk in evenwicht, in tegenstelling tot de VS, die daar een stevig spaartekort hebben. We hebben een probleem binnen de EMU, maar het blok als geheel is de degelijkheid zelve.
China wordt rijker
Nog een paar getallen. De Europese Unie heeft een gemiddeld inkomen per hoofd van de bevolking van ruim $ 30.000 (bbp per capita, gemeten in koopkrachtpariteit). Het is dus een rijk blok. Als we dit eens afzetten tegen het vergelijkbare cijfer van de eerder genoemde opkomende markten, dan is het wel even schrikken.
China groeit weliswaar heel snel en wordt in hoog tempo rijker, maar het gemiddelde bbp per hoofd van de bevolking is net de $ 7500 voorbij. India moet van nog veel verder komen, daar met het bbp per capita $ 3400. Brazilië is dan met ruim $ 11.000 nog het rijke broertje.
Nog een keer ter vergelijking: zelfs het hevig in problemen verkerende Griekenland is per inwoner gemiddeld meer dan drie keer zo rijk als China en ruim tweemaal zo rijk als Brazilië. En dan vragen wij die opkomende landen of zij hun met hard werken bijeen vergaarde spaargeld aan ons willen uitlenen omdat wij intern de zaakjes niet op orde krijgen. Het is natuurlijk te gek voor woorden.
Vergeet buitenlandse hulp
Het verzoek aan de rest van de wereld om ons te hulp te schieten illustreert de machteloosheid van onze politiek leiders. Europa heeft geen financieel tekort, maar een leiderschapsprobleem. Mijn advies luidt: vergeet de buitenlandse hulp en los de problematiek op eigen kracht op.
Als Europa niet in staat is om zijn eigen problemen op te lossen zal het aan de eigen onmacht ten onder gaan. Als Europa daarentegen alsnog de problemen met voortvarendheid oppakt, bij voorbeeld via een intelligent eurobond-programma in combinatie met een daadkrachtig hervormingsbeleid, zal het buitenlandse geld vanzelf binnenstromen.
Want beleggers zitten wereldwijd op een alternatief voor dollarbeleggingen te wachten. Maar eerst moet er weer vertrouwen in de Europese politiek ontstaan. Maar als je om vertrouwen moet bedelen, heb je het blijkbaar al verspeeld.
Wim Boonstra is chief economist bij Rabobank.
Hey Boonstra! Ga vakken vullen in plaats van zakken vullen!
De kritiek moet zich richten op de besluiteloosheid van de politiek, de losse eindjes die destijds zijn blijven hangen na de creatie van de Euro en het gebrek aan leiderschap.
Een beetje oppervlakkig schelden is wel makkelijk he? Wat hier staat is helaas allemaal zeer correct. Boonstra is binnen de Rabobank zekere geen grootverdiener gegeven zijn functie. !
Helaas gaat een oud gezegde weer op"ieder volk krijgt de leiders die het verdiend"
De schade zit hem in het feit dat zij geld leenden van de rijkere landen, die daardoor mee worden gezogen in de problemen . De houding van Dtl is volledig te begrijpen.
De schuldenlanden moeten zeer drastisch orde op zaken stellen en moeten nu meer dan doordrongen zijn dat zij eigenlijk failliet zijn. Die les is nodig omdat er anders te weinig gebeurt in die landen (kijk alleen naar uitspraken van Berlusconi van enkele weken geleden). Verder zullen zij moeten instemmen dat zij onder volledige curatele komen van de EU, die nu in record tijd nieuwe regels van discipline en curatele moet opstellen en accorderen. Dat gaat het beste onder druk.
Wanneer dat geregeld is kan hulp geboden worden. Niet eerder.
Discussieer daar mee over oplossingen..
Zoals Merkel en Knot ook zeiden, geen slecht idee... maar wel pas introduceren nádat er geëgaliseerd is. Niet nu, dus te laat...
In het FD van 11-11-2011 staat het volgende:
“Uit cijfers van de Banca d’Italia blijkt dat huishoudens een gezamenlijk vermogen van netto € 8600 mrd bezitten. Per huishouden komt dat neer op € 350.000.
Van het totale vermogen zit circa € 3700 mrd in financiële activa, ongeveer € 1000 mrd staat op spaarrekeningen bij banken en postkantoren.”
Nu ken ik in Nederland wel wat huishoudens die wat krapper zitten.
Om er per saldo dus voor te pleiten deze mensen te laten betalen, i.p.v. rijke Zuid-Europeanen (zoals pak hem beet een Berlusconi), dat is pas echt om je dood te schamen.
Ga zelf van het forum en waarom zou ik gaan werken? Ik zit er warmpjes bij hoor. Veel plezier in de file met je nietszeggende nuance. :)
In de EU zegt genoemde € 30.000,- per hoofd bevolking (mij) niets tov andere regio's.
De lasten zijn hier ook veel hoger.
Niet de koopkracht is hier van belang maar het vertrouwen in de munteenheid en het wantrouwen in de politiek!
Het is goed onze relatieve positie t.o.v. de VS te bezien. De kracht van de VS zit niet in de sterke financiële positie maar in de centrale politieke aansturing. Hoewel die ook daar niet erg stabiel is.
Gerrit Tijmensen.