Maar er is nog een cultuurverandering nodig: een modernisering van de interne kantoorcultuur van DNB. Zes jaar geleden nam ik afscheid bij de Nederlandsche Bank, nadat ik er slechts een paar jaar als econoom had gewerkt. Maar dat was genoeg voor een blijvende indruk. Inhoudelijk was het werk vaak reuze interessant, maar als werkplek was DNB een mix van de romancyclus Het bureau van J.J. Voskuil en de BBC-comedy The Office, geschreven door Ricky Gervais. Hier volgen wat willekeurige herinneringen.
Op mijn eerste werkdag was het al direct raak. Ik maakte kennis met een opzienbarend kantoorfenomeen: de taartenceremonie. Op de gang had zich een rij economen verzameld. Verderop stond een tafel vol verjaardagstaarten, met ernaast vijf niet al te blij kijkende collega's. Ze schudden handen en namen felicitaties in ontvangst.
Spontane felicitaties met terugwerkende kracht
Niet dat ze die dag jarig waren. Nee, ergens in de afgelopen drie maanden waren ze een jaar ouder geworden. Het secretariaat had dat precies bijgehouden en de betrokken econoom had zijn verplichte storting in de taartenpot gedaan. Eens in het kwartaal bestelde het secretariaat taarten en riep alle medewerkers bij elkaar om met terugwerkende kracht spontane felicitaties uit te wisselen.
Het 'Recht op Taart' en de 'Plicht tot Trakteren' werden op de meest efficiënte en minst werkverstorende wijze ingevuld. Zo vierden de economen feest. Als het nog steeds zo gaat: Knot, doe er wat aan!
Zijn stoel
En pak dan ook de cultuur tijdens directievergaderingen aan. Vlak voor een van mijn eerste vergaderingen ging ik zitten op een bescheiden plek, op een hoek van de immense vergadertafel. Een langslopend afdelingshoofd siste mij toe: 'Daar zit X altijd.' X was lid van de directie. Ik lachte schaapachtig en bleef zitten. Maar even later stond X zwijgend naast mijn stoel. Of beter: zijn stoel. Hij ging pas zitten toen ik geschrokken was opgestaan en een van de vele lege plaatsen had ingenomen.
Tijdens die directievergaderingen leerde ik mezelf al snel aan mijn tong stevig tussen mijn kiezen te klemmen. Dat voorkwam dat ik zomaar iets zou zeggen over een onderwerp dat ter sprake kwam, maar dat niet officieel op mijn terrein lag. Zomaar iets zeggen werd niet gewaardeerd. Misschien nog wel door de president, maar niet door de directe chef. Dat had ik snel geleerd.
Ieder detail managen
Ik had een briefje op mijn pc-scherm hangen, met: 'ALLES IS BELANGRIJK!', als een constante herinnering aan de noodzaak om ieder detail te managen.
Klopt de cc-lijst van de nota, of voelt iemand zich straks gepasseerd?
Heb ik dat onbeduidende, bureaucratische agendapuntje uitputtend voorbereid? Straks blijkt het voor iemand een uiterst belangrijk strijdpunt. Alles was altijd wel voor iemand belangrijk.
Geen kinderen toegelaten
Het formalisme liep door alle lagen van de organisatie. Met mijn eenjarige zoontje op de arm wilde ik op een vrije dag even het gebouw binnen om wat papieren op te halen. Maar het kind was niet 'aangemeld', dus de portier liet ons niet door. Bovendien was het beleid 'geen kinderen toelaten'. We dropen af.
Natuurlijk, onder Nout Wellink is er al veel verbeterd. Oudere bankmedewerkers weten nog dat pak en das vroeger verplicht waren en dat het van je hiërarchische positie afhing of je een kleedje onder je bureau kreeg.
Zo stijf als onder Wim Duisenberg is het al niet meer. Maar er is voor Knot nog genoeg te doen om van de bank een moderne organisatie vol autonome, zichzelf managende professionals te maken.
Mathijs Bouman is macro-econoom.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.