Duitsland is aan zet. Zoveel is zeker. De eurocrisis heeft zich al zo ver verspreid dat ook de meest kredietwaardige landen niet meer veilig zijn. Duitsland zelf trouwens ook niet.
Op 8 en 9 december moet er alweer een top der toppen komen. Ondanks de dreigende toppeninflatie is de verwachting toch ook nu weer dat de aanstaande eurotop weer net ietsje belangrijker is dan de vorige. Of het voldoende oplevert, is vers twee.
Bondskanselier Angela Merkel sleutelt met haar Franse evenknie Nicolas Sarkozy aan een 'Fiskalunion'. Inmiddels is dat project alweer omgedoopt tot een 'Stabilitätsunion'.
Zo'n naamswijziging gebeurt niet voor niets. Het moet de scherpe randjes van het plan afhalen en het politiek makkelijker te verkopen maken. Ter vergelijking: afstempelen van Griekse schuld heette eerder dit jaar ineens 'herprofilering' van de schuld en de Europese Commissie heeft de controversiële 'eurobonds' inmiddels hernoemd tot 'stability bonds'.
Fiscale unie
In Nederland werd 'Fiskalunion' meteen vertaald als fiscale unie of transferunie. Dat houdt in dat er Europese belastingen komen en/of dat er belastinginkomsten van sterke landen naar zwakke landen gaan.
Minister van financiën Wolfgang Schäuble zei maandag met een kwinkslag - maar het is eigenlijk bloedserieus: ‘Ik spreek niet meer van een fiscale unie sinds mijn Nederlandse collega Jan Kees De Jager mij erop heeft gewezen dat dit bij hun een transferunie betekent, en die willen wij ook niet. Daarom spreken we nu liever van een stabiliteitsunie.’
De Jager snapt ook dat hij een fiscale unie in eigen land nooit verkocht krijgt. Nu is de terminologie afgezwakt, vager en daarmee acceptabeler geworden.
Onduidelijk
Wat Merkel en Sarkozy in deze stabiliteitsunie allemaal willen afstemmen en coördineren is nog onduidelijk. Het zou in theorie over alle vormen van economisch beleid kunnen gaan: pensioenen, loonvorming, sociale zekerheid, ontslagrecht, winstbelasting. Stuk voor stuk hypergevoelige thema's.
Schäuble gaf een klein inkijkje van wat híj in ieder geval 8 en 9 december geregeld zou willen zien. De eurolanden hebben dit jaar al afgesproken dat er nu eindelijk een harde norm komt voor de staatsschuld. Volgens de afspraken moet die tenderen naar 60% van het bruto binnenlands product, maar in de praktijk let niemand daarop.
Afgesproken is nu dat elk land zijn schuld in twintig jaar terug moet brengen naar maximaal 60%. Voor Italië betekent dat bijvoorbeeld dat het ieder jaar de schuld met 3 procentpunt moet reduceren.
Fonds
Schäuble wil landen verplichten een zogenaamd Tilgungsfonds daarvoor op te zetten, in goed Nederlands een amortisatiefonds. Een vrijere vertaling schept misschien iets meer duidelijkheid: terugbetalingsfonds.
Zo'n fonds moet beleggers de garantie geven dat een land zijn schulden ook echt terugbetaalt. Lidstaten verplichten zichzelf ertoe om in dat fonds inkomsten uit bijvoorbeeld heffingen te storten. Zo bouwt een land verplicht vermogen op om aflopende staatsleningen mee af te lossen, in plaats van die schulden steeds te herfinancieren.
Vooralsnog blijft ook dit nog steeds een nogal abstract verhaal, maar Schäuble gelooft er helemaal in. Volgens hem geeft de opzet van zeventies van die fondsen in de eurozone 'een vertrouwenwekkend signaal'.

EU-correspondenten Ulko Jonker (op de foto rechts) en Martin Visser van het FD becommentariëren het nieuws en serveren anecdotes vanuit het regeringscentrum van Europa. Op Twitter: @martinvisser.
Alle bijdragen van deze blog
Alle FD blogs
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.