Uit het jaarlijkse Bieronderzoek, een initiatief van de Koninklijke Horeca Nederland (KNH) bleek eind vorig jaar dat het in de horecamarkt ontbreekt aan vrije concurrentie. 75% van alle bierafzet is gebonden aan een bierbrouwer.
Caféhouders zijn in veel gevallen gebonden aan de toeleverende brouwerij en daarmee valt volgens het rapport de winst voor de ondernemer lager uit. Uit verschillende interviews met lokale cafébazen, lobbyisten en politici concludeerden de studenten echter dat het rapport te eenzijdig is, omdat het probleem niet alleen bij de brouwers ligt.
Samenwerken
Ondernemers in de horeca werken niet genoeg samen, daarom kunnen ze geen vuist maken tegen deze praktijken’, verklaart Bene Colenbrander op het hogeropgeleiden -platform Folia Web. ‘De KHN klaagt, maar ze moeten zich ook realiseren dat de brouwer veel risico neemt door met startende ondernemers in zee te gaan.’
Volgens het rapport van de KNH zouden brouwers wurgcontracten sluiten met beginnende horecaondernemers. Zij worden door de brouwer ondersteund met startkapitaal of een gratis tap, in ruil voor het alleenrecht hun biermerk af te zetten.
Daarmee is de ondernemer echter ook gebonden aan de vaak hoge prijs die de brouwer voor zijn bier vraagt. De consument betaalt daarom vaak veel meer voor een biertje in de kroeg dan in de winkel. Uit protest zouden steeds meer horeca-uitbaters goedkoper bier van de supermarkt inkopen.
NMa
De brancheorganisatie wil dat de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) ingrijpt. Dat orgaan zou volgens de studenten echter niet onafhankelijk genoeg meer functioneren en gevoelig zijn voor lobbypraktijken.
‘Er is veel kritiek op de NMa, ondermeer omdat Heineken, Bavaria en Grolsch een boete voor het vormen van een bierkartel nooit afbetaalden’, zegt Colenbrander. Nieuwe instituten zouden bovendien bevoegdheden van de NMa afsnoepen.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.