In 1989, vier jaar na mijn afstuderen aan de Rietveld Academie, ontwierp ik een kandelaar. Het werd direct een succes en al snel stond er bijna f100.000 op mijn rekening. Van ondernemen had ik geen idee. Cijfertjes vond ik niks. Ik wilde gewoon ontwerpen.’
‘Ik vroeg mijn man en een kennis te helpen met de productie, nam contact op met een accountant en nam niet veel later ook een familielid in loondienst. Iemand met bedrijfsmatig verstand. Al snel zag hij dat er muziek in het bedrijf zat, toen nog een vof, en hij wilde participeren. Ik ging akkoord. Achteraf gezien een slechte beslissing.’
‘Naïef ‘
‘In 1995 wilde hij een bv beginnen, maar zonder mijn man. Ik was naïef en liet het toe. Zijn vrouw kwam in dienst voor de administratie, mijn man voor de productie, met de clausule dat hij zijn aandelen van de vof kon verzilveren als de bv zou stoppen. Hij had natuurlijk meteen uitgekocht moeten worden. Toen het in 2004 mis ging, waren die aandelen niks meer waard.’
‘Maar er was nog geen vuiltje aan de lucht. Het waren gouden tijden. De klanten stonden in de rij. Op het hoogtepunt kwam de omzet op f 1,8 mln. We groeiden uit ons huurpand in Amsterdam en kochten in 2000 een pand in Wormerveer.’
‘Toen begon de recessie en de collectie verouderde. Ik wilde met nieuwe materialen gaan werken, maar mijn compagnon liet dat niet toe. Hij wilde onze oude collectie liever in Oost-Europa dumpen en ging zich als een directeur gedragen. Steeds vaker was hij bij onze agent in Moskou. Hij liep met hem weg. In plaats van te werken voor ons bedrijf ging hij op zoek naar nieuwe agentschappen voor die Rus. Later ontdekte ik dat mijn compagnon zelfs een bv had opgericht voor hem met ons adres als vestigingsplaats.’
‘Op kosten van de zaak’
‘Ik ben er wat van gaan zeggen. Ik werd doodongelukkig. Als ontwerper moet je je kunnen uiten en dat kon niet meer. Ik besloot de administratie mee naar huis te nemen om te kijken hoe het ervoor stond. Ik schrok me kapot. Privéweekendjes weg, onderdelen voor dure auto’s en boten, uit eten bij sterrenrestaurants, alles had mijn compagnon op kosten van de zaak gedaan. Jarenlang. Een bedrag van f 500.000.’
‘Ik stapte naar een advocaat, maar kwam al snel met een harde plons in de werkelijkheid terecht. Ik heb nooit iets gemerkt en altijd blind de jaarrekeningen getekend. Ik was medeverantwoordelijk. Ik ben toch gaan procederen om de bv te redden en kreeg gelijk, maar veel ben ik er niet mee opgeschoten. Het geld was allang verdampt en ik moest € 260.000 aan mijn compagnon betalen voor het pand en voor wat er nog van de bv over was. Ook draaide ik op voor de advocaatkosten. Ik ging twee jaar door een hel en de zaak liep gewoon door.’
Privéschuld
‘In maart 2005 kon ik eindelijk verder, maar ik had inmiddels wel een privéschuld van € 300.000 bij een kennis. Ook zat ik met een oude collectie en had ik geen klant meer over. De onverwachte rekeningen bleven maar komen. Zo moest ik tot 2007 de vrouw van mijn toen al ex-compagnon blijven betalen, omdat zij door ziekte in de WAO terecht was gekomen.’
‘Inmiddels ben ik weer redelijk terug, ook al is die privéschuld er nog steeds. Ik heb samen met mijn man keihard gewerkt aan een nieuwe collectie. Ook heb ik een juwelenlijn, een cateringbedrijf en een bed and breakfast opgezet. Een groot deel van het pand staat nu te koop, zodat ik mijn schuld kan aflossen.’
‘Niemand vertrouwen’
‘Ik heb geleerd dat je niemand kan vertrouwen. Ook je familie niet. Ik zal nooit meer zomaar ergens een handtekening onder zetten. Pluspunt is dat ik heel zakelijk ben geworden. Ik heb vier jaar lang in megastress geleefd en heb het gered door mijn gezin. Mijn familielid schijnt nu een garage te runnen in Moskou. Hij is gescheiden van zijn vrouw. Ik hoop hem nooit meer te zien.’
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.