Wie: Sabine Simon (41), directeur/oprichter modemerk Talulabelle.
Bedrijf: ‘Kleding van Talulabelle is kleurrijk, vrolijk, apart en heeft een uitgesproken stijl. Het is geen kleding voor petieterige modellen in fashionbladen maar heel draagbare mode ook als je maatje 40, 42 of 44 hebt. Het is bohemien-achtig, zigeunerachtig. Je hebt Talulabelle voor beginners en voor gevorderden. Ik heb een panterrok met roze randje maar ook minder heftige dingen zoals een zwart stippelrokje waarmee je naar je werk kunt. Niet ingetogen maar wel zakelijk. Ik ben in 2003 met Talulabelle begonnen. Daarvoor werkte ik jaren lang als journalist voor de KRO, RTL en VARA, maar had altijd al de hang om dingen te bedenken. Ik werk met vaste freelancers: ateliers in Nederland en Polen, iemand voor het patronen tekenen, mijn website, fotografie. Ik verkoop zuiver online. Winkels willen vaste collecties terwijl ik elke zes weken nieuw dingen op mijn site kan zetten. Het loopt goed. Mijn nieuwsbriefbestand telt 10.000 adressen. Ik heb vaste klanten van Groningen tot Limburg en België.’
Auto: ‘Een Mercedes 230 uit 1978. Een oldtimer. Milieutechnisch vreselijk onvriendelijk. Het is een hele sierlijke auto, heel uitgesproken. Een beetje een witte taxi, met witte velgen. Ik heb jaren in een heel lelijke auto rondgereden, een Daewoo Nexia. Stom was dat. Mensen zeiden altijd dat ik geen oldtimer moest kopen. “Sta je daar met twee kinderen stil langs de weg”. Maar ik heb slechts één keer pech gehad.’
Waarde: ‘Ik heb hem vijf jaar en er destijds € 4000 voor betaald. Bij een mannetje. De auto had vijftien jaar in een kas gestaan, hoorde ik later. Het klassieke verhaal: hij was er heel zuinig op. Er stond ook heel weinig op de teller. Het stuur en gaspedaal hadden nauwelijks slijtage, daar zag je aan dat er niet gerommeld was met de kilometerteller.’
Accessoires: ‘Het dakje kan open. De rollen stof steken er soms doorheen, of kledingrekken. Er kan ontzettend veel ín die auto. Hij is praktisch, al zou een bus praktischer zijn hoor. Maar ik hou niet van bussen. Op de stoelen zit blauwe stof, daar heb ik schapenvelletjes overheen gelegd. Achterop heb ik twee zilveren steigerende paarden geplakt, aan weerszijden van het Mercedes-logo. Ferrari-paarden. Oneerbiedig naar Mercedes maar het staat heel mooi. Bovenaan de voorruit zit zo’n groene zonnerand. En er zit nog een echte ouderwetse cassetterecorder in. Ik heb bandjes met schlagers van Heino. Een beetje doffig. Je merkt dat ik heel dol ben op mijn auto.’
Andere vervoersmiddelen: ‘We hebben een keurige zwarte Volvo V70. Voor hockey en vakantie, en mijn man rijdt erin voor zijn werk. De Mercedes is echt míjn auto. De kinderen worden er misselijk in. Er zit ook geen airco in.’
Kilometers: ’10.000 of 15.000 per jaar.’
Indruk op anderen: ‘Mensen zeggen dat ie bij mij past. Zij, want het is een zij. Ik snap wel dat jij zo’n auto hebt, zeggen ze. Of: “Apart. Dat jij daarin durft te rijden”. Als ik haar ergens parkeer komen er altijd mensen op me af om te zeggen dat ze haar zo mooi vinden.’
Uitstraling bedrijf: ‘Zij past er zeker bij. Het is een uitbundige auto. Geen auto voor mensen die twijfelen, en dat geldt ook voor Talulabelle. Als je mij kleding draagt sta je niet aarzelend in het leven.’
Status: ‘Ik ontleen geen status aan mijn auto. Het gaat goed met mijn bedrijf, maar die auto staat los van mijn bedrijf. Niemand weet dat ik die auto heb. En ja, zo’n oldtimer-Mercedes is nu hip onder creatievelingen hè. Wel heel jammer. Maar ik heb haar al een tijdje. En als motto hanteer ik ook voor mijn kleding: Altijd hip maar nooit in de mode.’
Onderhoud: ‘Bij de fantastische John van Garage Kok in Soest, met een benzinepomp eraan vast.’
Droomauto: ‘Een Opel Manta! Met een zwart dak. Of een Chrysler LeBaron. Een Jeep Wagoneer met die houten zijkanten is mooi. Oók hip. Maar het liefst wil ik een nieuwe laklaag op mijn Mercedes. De lak begint te vergaan.’
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.