Terwijl de designers van de toekomst de laatste hand legden aan hun eindexamenwerk in één van de lokalen van de Design Academy, debatteerden ruim 200 professionals uit de energiewereld in de zaal ernaast over de toekomst van onze energievoorziening.
Moeten we onze energievoorzieningen helemaal decentraliseren met een smart grid? Zullen parkeergarages vol auto’s met brandstofcellen de nieuwe krachtcentrales worden? Of is het niet veel verstandiger om ons te focussen op het verbeteren van bestaande technologie?
Duurzame parkeergarage
Het eerste woord was aan Ad van Wijk, duurzaam energieondernemer en kersvers hoogleraar Future Energy Systems aan de TU Delft. Hij gelooft heilig dat innovatie aan de basis staat van een duurzame energievoorziening. Hij pleit dan ook voor nieuwe en efficiënte energiesystemen, het liefst op lokaal niveau.
Eén van zijn stokpaardjes is een duurzame parkeergarage die fungeert als elektriciteitscentrale. De geparkeerde auto’s, uitgerust met brandstofcellen, kunnen biogas of waterstof omzetten naar elektriciteit. Een garage met 500 voertuigen is goed voor een vermogen van 40 MW, wat gelijkstaat aan het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van zo’n 35.000 huishoudens.
‘De gemiddelde Nederlandse auto staat 93 procent van de tijd stil’, verdedigde Van Wijk zijn plan. Maar het publiek was minder enthousiast. Op de vraag van debatleider Roelof Hemmen wie dit realistisch vond, stak slechts een handjevol hun hand op. De hoogleraar erkende dat er aan zijn idee nog wat uitdagingen zitten, maar hield voet bij stuk. ‘De vraag is niet of ie er komt, maar wanneer.’
No grid, no party
Net als het publiek was ook Ronnie Belmans, hoogleraar Eletrotechniek aan de KU Leuven en erevoorzitter van de beheerder van het Belgische hoogspanningsnet, niet helemaal overtuigd van Van Wijks plannen. ‘Brandstofcellen hebben niet het eeuwige leven’, vertelde hij. ‘Dat is alleen voorbehouden aan de katholieke kerk.’
Een gelukkigere toekomst ziet de netbeheerder weggelegd voor smart grids, een zelfdenkend energienet dat niet-essentiële processen automatisch uitschakelt als er een tekort aan stroom ontstaat. ‘Een smart grid is essentieel’, legde Belmans uit. ‘De huidige netten zijn er alleen nog niet klaar voor. No grid, no party.’
Op de vraag of het publiek het gebruik van smart grids ook ziet zitten, reageerde zo’n 90 procent positief. En wanneer komen die smart grids er dan, vroeg Hemmen aan de Belgische professor? ‘Nooit’, grapte Belmans, ‘maar binnen 10 jaar zijn we erg opgeschoten. En als we over 20 jaar terugkijken, zullen we concluderen dat we veel hebben bereikt.’
Lantaarnpaal met IP-adres
Na een intermezzo van FD-redacteur Roy op het Veld, die een column voordroeg, was het de beurt aan Harry Verhaar, directeur Energie en Klimaatverandering bij Philips Lightning, om zijn standpunten over het voetlicht te brengen. Volgens hem hoeven we helemaal niet te wachten op smart grids, maar zijn er nu al slimme oplossingen voorhanden.
‘We moeten naar een slimme samenleving’, hield Verhaar zijn toehoorders voor. ‘Vijftig procent van het elektriciteitsverbruik in steden gaat op aan verlichting. Met LED-verlichting en slimme innovaties kan dit percentage flink naar beneden. Nu al bestaan er lantaarnpalen met een IP-adres, die door iemand op het stadhuis bediend kunnen worden als ze overbodig zijn.’
Als voorbeeld van innovatieve verlichting noemde hij de in aanbouw zijnde steden in landen als China in India waar de straatverlichting volledig draait op LED-verlichting in combinatie met zonnepanelen. Van Wijk wilde nog een stapje verder gaan door elektriciteitsnormen in te voeren. Volgens Verhaar zullen die er zeker komen. ‘Dat proces is al bezig’, zei hij. ‘Zie het verbod op gloeilampen in de Europese Unie.’
Weinig politieke visie
En zo ging het toch weer over de rol van de politiek in de energietransitie, een rol die door alle drie de sprekers als veel te passief wordt beoordeeld. ‘De politiek is veel te veel bezig met de korte termijn’, zei Verhaar. ‘Er is weinig visie, ze maken zich alleen druk over hoe ze morgen in de krant kunnen staan.’
Belmans, die als Vlaming iets meer afstand heeft tot politiek Den Haag, hield het kort. ‘In België doen we op dit moment meer met windenergie dan in Nederland.’ Van Wijk: ‘We moeten ons schamen’, foeterde hij. ‘Zelfs België doet meer, en dat bedoel ik niet denigrerend.’
Blijft de vraag of we moeten inzitten op innovaties of ons moeten focussen op het verbeteren van bestaande technologieën. Volgens de sprekers was het geen kwestie van of of, maar en en. Pas als betrouwbare innovaties bestaande oplossingen kunnen vervangen, blijven we afhankelijk van huidige technieken.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.