De dag begint in mineur. Ik wil net in een taxi stappen als ik hoor dat mijn afspraak aan de andere kant van Seoel niet doorgaat. Veel tijd voor somberheid krijg ik niet, want mijn telefoon kondigt een sms aan. De Nederlandse ambassade meldt dat ik alsnog ben ingeschreven voor een minisymposium dat in mijn hotel over een halfuur begint.
Een van de sprekers, tot mijn verrassing, is de koning van het Zuid-Koreaanse innovatiemodel, dr. Chang-Guy Hwang. Hij is sinds kort topambtenaar van het ministerie van kennis en economie, met de titel chief technology officer van Korea. Daarvoor was hij tien jaar topman bij Samsung Electronics. In mijn zoektocht naar het geheim van het Koreaanse groei- en innovatiesucces, zou hij mij als geen ander kunnen helpen. Een afspraak bleek niet te regelen, maar bij toeval word ik alsnog op mijn wenken bediend.
De dag ervoor begon mijn reeks gesprekken bij een van de weinig onafhankelijke economen in Korea. Als we elkaar ontmoeten, biedt hij zijn excuses aan voor zijn gebrekkige kennis van de Engelse taal, en voor de lange reis die nodig was om bij hem te komen. Het advies dat ik het beste met een taxi kon komen, blijkt een eufemisme. De twee uur durende rit voert over een wirwar van wegen en eindigt na vijftig kilometer in een moderne, dynamische buitenwijk.
Kangsoo Kim van het Economic Research Institute, zo bescheiden tijdens het verwelkomen, is de man die de koude douche hanteert. Hij laat mijn tolk weten dat buitenlanders een veel te rooskleurig beeld hebben van de Koreaanse economie. Te lang is deze afgeschermd van buitenlandse concurrenten. Dat heeft tot overcapaciteit en te lage productiviteit geleid. De bouwsector staat er het slechtst voor. Die staat op springen.
Koreaanse fiets
Kims betoog klinkt nog in mijn hoofd na, als dr. Hwang zijn flitsende presentatie begint over de uitdagingen van morgen. Hij gebruikt een metafoor die mij als Nederlander zeer aanspreekt. Hij vergelijkt de Koreaanse economie met een fiets. Het achterwiel doet het zware werk, zodat het voorwiel de richting kan bepalen.
Het achterwiel zijn de bedrijfstakken waarin Korea nu al sterke mondiale marktposities heeft veroverd. Zoals bij chips, beeldschermen, mobiele telefoons, auto’s, staal en schepen. Zij duwen de fiets vooruit, zodat nieuwe producten kunnen ontstaan waarmee Korea weer jaren vooruit kan. En dat is het voorwiel. De nieuwe producten hebben te maken met de vergrijzing, die in Korea een groot financieel en maatschappelijk probleem wordt, en met de behoefte aan duurzaamheid, die van levensbelang is voor een land dat al zijn grondstoffen moet invoeren. Het toekomstbeeld van Hwang gaat over water, mobiliteit, groene energie, gezondheidszorg, flexibele beeldschermen en minikerncentrales.
Luchtkastelen? Nee. Hwang heeft als voormalig ceo van Samsung microprocessoren een indrukwekkende staat van dienst achter de rug. In tien jaar heeft hij van Samsung een mondiaal leidende chipsproducent gemaakt.
De Koreanen kunnen trots zijn als ze terugkijken. De ontwikkeling die hun land de afgelopen decennia heeft doorgemaakt, is indrukwekkend. In 1960 behoorde Korea met een inkomen van $ 80 per hoofd van de bevolking tot de armste van de wereld. Nu zitten ze met een gemiddeld inkomen van $ 20.000 in de middenmoot.
De achilleshiel van Korea is niet de daadkracht van de inwoners of de zelfverzekerdheid van de chief technology officer, maar een dreigend gebrek aan mensen. In Korea worden heel weinig kinderen geboren. Omdat Koreanen ook langer blijven leven, vergrijst de bevolking snel. In een paar jaar verlaten meer Koreanen de arbeidsmarkt dan er zullen toetreden (zie kader Jong & oud en de grafiek op pagina 84-85). Een toekomst met grote sociale en culturele spanningen dreigt. Er is geen sociaal vangnet en voor de oudedag is nauwelijks gespaard.
Vastgoedbubbel
Je maakt geen vrienden als je kritiek hebt op het economische huzarenstukje van Korea. Kangsoo Kim van het Economic Research Institute is een witte raaf. Hij roeit tegen de stroom in, en zijn analyse werkt voor een buitenlandse bezoeker ontnuchterend. Kim: ‘Er is te lang vertrouwd op een zwakke munt. Er is daardoor overcapaciteit, of de productiviteit is te laag.’
Bovendien, zegt hij, reageren de scheepsbouw en de auto-industrie, die leidende posities in de mondiale markten hebben opgebouwd, te laat op de Chinese concurrenten.
Een sector die volgens Kim op springen staat, is de bouw. Vanaf eind 1998 zijn de prijzen van onroerend goed verdubbeld. Pas de laatste jaren loopt de lucht wat uit de ballon. Kim: ‘Ondanks een stimulerend overheidsbeleid dalen de prijzen nog steeds. Van de top 50 bouwbedrijven zijn er 13 failliet en hebben er 20 moeite om het hoofd boven water te houden.’
De analyse van Kim heeft een verstrekkende maatschappelijke consequentie. De crisis op de huizenmarkt treft ook de kleine particuliere belegger. Ouderen hebben soms twee of drie huizen, en ze leven van de huur.
Het onbeperkte vertrouwen dat de overheid in het grote bedrijfsleven heeft, leidt volgens Kim tot een tweedeling in de samenleving. De grote familiebedrijven, de chaebols (zie kader Ondernemen) zetten alles op kostenbeheersing. De toeleveranciers worden volgens de econoom uitgewrongen en de werkgelegenheid staat bij de grote bedrijven onder druk. Het gevolg is dat een selecte groep hoger opgeleiden die voor de chaebols werken, goedbetaald wordt, terwijl de massa in grote onzekerheid leeft bij het veel slechter betalende midden- en kleinbedrijf. ‘Korea kent geen verzorgingsstaat zoals in Europa. Geen werk betekent ook geen inkomen’, zo besluit Kim zijn koude douche.
Vergrijzing
Vergrijzing, een grote verborgen werkloosheid, goed opgeleide jongeren die moeilijk aan een baan komen, een slecht renderend midden- en kleinbedrijf — wordt het doembeeld van een stagnerende economie dat buurland Japan nu al twintig jaar in de greep houdt, ook voor Korea werkelijkheid?
Ik leg die vraag voor aan Hwy-chang Moon, hoogleraar international business and strategy aan de Seoul National University. Hij adviseert ook internationaal opererende bedrijven. Het antwoord van Moon is een minzame lach. Op de campus in het zuiden van de stad wuift de in de VS opgeleide politicoloog-econoom al die doemscenario’s weg. In zijn analyse is geen plaats voor angst. Centraal staat transformatie. De Koreaanse bedrijven zijn in hun concurrentiestrijd met andere bedrijven in een nieuwe fase beland. Moon: ‘De tijd van het na-apen is voorbij. Samsung staat nu in de frontlinie en moet zijn eigen weg vinden.’
Moon ging onlangs in debat met vijftig ceo’s van Samsung. In koor vroegen ze: wat kunnen we nog leren? We zijn wereldleider in de elektronica.
Moons antwoord was kort en duidelijk. ‘Jullie hebben inderdaad Sony ingehaald, maar je verslaat ze nooit op alle punten.’ Zijn advies: ‘Kijk waar dat bedrijf beter presteert, want dan zie je wat ze anders doen. Zo kom je op ideeën voor je eigen bedrijf. Dat is creativiteit.’
Status
Creativiteit. Het is het begrip dat de tongen in Korea losmaakt. Kunnen de Koreanen de slag maken van reproduceren naar creëren?
Sceptici hebben er een hard hoofd in. Het systeem is te rigide. Zo wordt de plaats die je in de maatschappij inneemt, bepaald door de familie waarin je bent geboren, de regio waar je opgegroeid bent, de universiteit die je hebt bezocht, en de militaire eenheid waar je bij hebt gediend. In bedrijven komt het nog voor dat mensen op basis van deze eigenschappen een status hebben die hoger is dan die van de functioneel leidinggevende. Het onderwijssysteem leidt mensen bovendien niet op tot zelfstandige denkers. Dat gaat Korea volgens de sceptici opbreken.
De ‘globalisten’ komen tot een andere conclusie. In hun analyse staat convergentie centraal. Het samensmelten van functies, van technologieën en van onderdelen in nieuwe producten is de essentie van toekomstige ontwikkelingen. In de wereld waarin bedrijven nu opereren, maakt niemand het product meer alleen. Allerlei componenten worden door gespecialiseerde ondernemingen aangeleverd. Je moet leren samenwerken en integreren. Dus: bestudeer, integreer en voeg eigen ideeën toe, is het motto van de globalisten.
De regerende conservatieve partij en de chaebols behoren tot de groep globalisten. Hoe bewerkstelligen zij de omslag die in Korea nodig is? Dat gaat op zijn Koreaans: directief. Vlak voor de zomer hebben de voorzitters van de chaebols het topmanagement laten weten dat hun bedrijven in een crisis verkeren. Ze voegden eraan toe dat er gewerkt wordt aan een nieuwe groeistrategie. Wat deze inhoudt, is (nog) niet duidelijk. Maar er wordt doelgericht gezocht naar nieuwe cash cows.
Topambtenaar Hwang licht tijdens de inleiding in mijn hotel een tipje van de sluier. De kern van zijn boodschap is simpel: maak van je zwakte je kracht. Nieuwe technologische doorbraken op het gebied van groene energie moeten Korea minder afhankelijk maken van olie- en gasimporten. En de groeiende groep ouderen vormt een markt die vanuit de biofarma, andere life sciences, maar ook de bouw en de hightech met nieuwe producten zal worden bediend. Producten die later in het buitenland verkocht kunnen worden.
Tussen droom en daad zit de Koreaanse innovatiemotor. En die is aan revisie toe. Onlangs wees de Oeso daarop in een uitvoerige analyse. De analisten uit Parijs constateren dat er rivaliteit is tussen ministeries, weinig fundamenteel onderzoek wordt verricht aan de universiteiten, nauwelijks samenwerking bestaat tussen deze kennisinstituten en het bedrijfsleven, de overheid het midden- en kleinbedrijf wel helpt, maar de chaebols de R&D-kampioenen zijn en de innovaties eenzijdig gericht zijn op de ICT-sector. Tot slot: onderzoek concentreert zich bij bedrijven in Metropolitan Seoel.
De overheid ziet die tekortkomingen ook. Met economische zones (zie eerste kader) probeert zij de innovatie en onderzoekskracht over het land te spreiden.
Een ander initiatief van de overheid is de selectie van drie groeisectoren met allerlei vertakkingen. Uit dit brede terrein komen veel subsidieaanvragen voor onderzoek. Het Korea Institute for Advancement of Technology, een evenknie van het Nederlandse AgentschapNL beoordeelt sinds 2009 deze aanvragen.
Tweedeling
Als het groei- en innovatiemodel werkt, verspreidt de welvaart zich dan automatisch over brede groepen in de samenleving?
Op zoek naar een antwoord op deze vraag, ga ik langs bij prof. Inchoon Kim, sociologe aan de Yonsei Universiteit. Een afspraak maken, ging zonder het ritueel van het indienen van uitgebreide vragenlijstjes. Openhartig en onafhankelijk schetst zij in een uitvoerig gesprek de sociale ontwikkelingen in haar land.
De zittende regering en de chaebols zijn volgens Kim ervan overtuigd dat nieuwe groei automatisch tot meer welvaart voor brede groepen leidt. Maar dat is een grote misvatting, zegt ze: ‘De familie is niet meer de ruggengraat van de Koreaanse welvaartsstaat. De middenklasse verzorgt niet meer de ouders. Ze besteden aandacht en geld aan de opvoeding van hun kinderen.’ En dat is duur. Zo duur dat ouders veel moeten lenen of geen kinderen nemen.
Het wegvallen van de traditionele familieverbanden als sociaal vangnet heeft een gapend gat geslagen. De kwetsbare positie van de ouderen, de obsessie die onderwijs is geworden (zie kader Onderwijs), de verborgen werkloosheid, het laag blijvend aantal geboorten — volgens Kim zijn het de schrijnende symptomen. Ook zij waarschuwt voor een dreigende tweedeling in de samenleving.
De vergrijzende bevolking moet niet alleen in economische termen gezien worden als een kans voor nieuwe producten, maar ook als een sociaal probleem dat om een antwoord vraagt van de overheid. In plaats van het vangnet dat de familie eeuwen bood, moet de overheid dat aanbrengen. De maatschappelijke consensus hierover is nog ver te zoeken. De regering heeft juist de belastingen voor de hoogste inkomens en voor grote ondernemingen verlaagd. In de aanloop naar de algemene en presidentsverkiezingen die beide volgend jaar gehouden worden, komt de vraag in welke mate de overheid de verzorgende rol van de familie moet overnemen, wel hoger op de politieke agenda te staan. De uitkomst van het debat zal bepalend zijn voor de sociale stabiliteit in Korea. Een stabiliteit die vooral nodig is om de fiets van dr. Hwang geen zwabberend voorwiel te bezorgen.
Fred Bakker is redacteur van Het Financieele Dagblad
FD Outlook kijkt vooruit. Elk kwartaal de belangrijkste trends in economie en management, (geo)politiek en wetenschap, onderwijs en innovatie. Prikkelend, opinievormend, gezaghebbend. Met klassieke en vernieuwende journalistiek. De kern van elk kwartaalblad is een actueel dossier, dat steunt op een denktank van externe deskundigen. Tussendoor verschijnen speciale edities over één thema.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.