Onder meer de universiteiten van Twente, Delft en Eindhoven plus bedrijven als Philips haken aan bij het initiatief, dat Europa een leidende rol in ICT moet bezorgen. De achterliggende gedachte is dat Europese wetenschappers en bedrijven heel goed in staat zijn innovaties te bedenken op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie maar nog steeds te vaak worden voorbijgestreefd in de marketing ervan, met name door de Verenigde Staten.
Deelname aan het Europese innovatieprogramma levert het Nederlandse consortium jaarlijks circa euro 5 mln aan fondsen op. Maar dat geld is niet het belangrijkste winstpunt, stelt professor Peter Apers van de Universiteit Twente.
'Het belangrijkste is dat topbedrijven als Ericsson, Philips of Nokia door hun betrokkenheid bij dit programma aangeven dat zij de wetenschap en ook de bedrijven uit het mkb nodig hebben om nieuwe diensten en producten succesvol in de markt te kunnen zetten.'
'Dit is niet het zoveelste onderzoeksproject', beklemtoont Apers, tevens wetenschappelijk directeur van het Nirict, die de Nederlandse bijdrage aan het internationale consortium coördineert. 'Dit is een serieuze poging om de Europese achterstand in de versnelling en vermarkting van innovaties in te halen.'
En dat is hard nodig, zegt hij. Afgelopen december in Boedapest verdedigde hij samen met ceo Magnus Madfors van Ericsson 'in een soort Idols-achtige competitie' succesvol het voorstel van het samenwerkingsverband EIT ICT Labs. 'Het world wide web is ontwikkeld bij het Cern in Zwitserland, Nederlandse universiteiten hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van draadloze netwerken en Bluetooth is zelfs een uitvinding van een Nederlander', legt Apers uit. 'Op tal van gebieden lopen Europese onderzoekers en bedrijven voorop in technologische innovatie. Maar we hebben moeten constateren dat al het geld dat de afgelopen jaren is gestoken in onderzoek en onderwijs niet geleid heeft tot een echte versnelling van de innovatie. Vooral in de Verenigde Staten slagen er bedrijven als Google, Apple en Microsoft steeds weer in sneller de markt te veroveren.'
Apers, die zelf anderhalf jaar in Californië werkte -onder andere aan de Stanford Universiteit- zag daar met eigen ogen waarom Amerikanen de weg naar de markt sneller weten te vinden met hun innovaties. 'Er is daar natuurlijk een forse thuismarkt, maar die hebben we goed beschouwd in Europa ook', zegt hij. Volgens hem is het vooral een kwestie van attitude.
'Je ziet dat Amerikaanse studenten meer een entrepreneursmentaliteit hebben en bereid zijn risico's te nemen. Onderzoekers en bedrijven zitten er dichter op elkaar, ze weten van elkaar waar ze mee bezig zijn en waar de markt behoefte aan heeft', zegt hij. 'Wij blijven in Europa nog te lang op het technologische verhaal hangen en komen als onderzoekers te laat in contact met de bedrijven.'
Dat moet anders, constateert hij: 'Onze doelstelling is om een nieuwe generatie ict-ondernemers op te leiden. Niet met een cursus ondernemerschap aan het eind van de studie, maar door een integrale aanpak van onderwijs, onderzoek en innovatie.'
Een belangrijk nieuw element in het Europese programma is dat bij alle onderzoeks- en uitwisselingsprojecten van meet af aan gedacht wordt vanuit concrete en commercieel haalbare toepassingen. Het Nederlandse aandeel in het programma, waaraan verder consortia uit Duitsland, Frankrijk, Zweden en Finland deelnemen, concentreert zich bijvoorbeeld op de toepassing van ICT in de gezondheidszorg en welzijn ('wellbeing').
'Je krijgt in dit programma alleen geld als je helder kunt uitleggen wat de samenleving heeft aan jouw innovaties', aldus Apers. 'ICT op het gebied van Health en wellbeing wordt met onze vergrijzende bevolking enorm belangrijk. Niet alleen voor een bedrijf als Philips, maar ook voor bijvoorbeeld de telecomsector, die in wil spelen op de behoefte om op afstand onze gezondheid te kunnen monitoren. We gaan dus niet zo maar in het wilde weg nieuwe dingen uitvinden, maar heel gericht voor een vooraf bepaald aantal toepassingen.'
Het nieuw gevormde consortium zal volgens de Twentse hoogleraar 'gerund worden als een bedrijf' en krijgt een nog aan te stellen ervaren ceo uit het bedrijfsleven aan het hoofd. Het wordt hoofdzakelijk een 'netwerkorganisatie', die aangestuurd zal worden vanuit Stockholm en met een aantal 'hot spots', zoals de High Tech Campus Eindhoven, waar onderzoekers en ondernemers elkaar fysiek ontmoeten en inspireren.
'Als ik buiten Nederland vertel hoe dat in Eindhoven werkt, waar letterlijk dagelijks het contact plaatsvindt tussen bedrijfsleven, universiteiten en onderzoeksinstellingen, dan merk ik wel eens een zeker mate van jaloezie. Wij hebben daarin al behoorlijk wat ervaring en werken al goed vanuit de gedachte van open innovatie.'
Apers zegt zich goed te realiseren dat het nog een hele slag zal worden goede afspraken te maken over het delen van kennis versus het afschermen van zakelijke belangen. 'Open innovatie wil niet zeggen dat alle kennis van iedereen is, daar moet je hele goede afspraken over maken', zegt hij. 'Maar het is een belangrijk signaal dat zo veel Europese bedrijven inzien dat we een inhaalslag moeten maken en dat daarvoor samenwerking keihard nodig is. Onderlinge mobiliteit, tussen bedrijven, tussen onderzoekers, tussen landen, is essentieel. Laat een Nederlandse ondernemer, gesteund door een Duitse universiteit in Stockholm, een elevator pitch houden.'
Het versnellingsprogramma voor innovatie loopt tenminste zeven jaar. Binnen enkele jaren moeten de eerste resultaten zichtbaar zijn.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.