Dit betoogde advocaat Joost Meijer namens Olivier L., de verdachte oud-financieel directeur van Bouwfonds Vastgoedontwikkeling. Volgens Meijer ‘liegt en draait Van Vlijmen en probeert hij L. er nog even bij te lappen’.
Een voorbeeld van de leugenachtigheid van de hoofdverdachte is volgens advocaat Meijer het gedraai rond het memo waarmee de Sfinx toestemming zou hebben gekregen van Bouwfonds-bestuursvoorzitter Cees Hakstege om onbeperkt bij te verdienen op Bouwfondsprojecten. Halverwege het proces bekende Jan van Vlijmen plotseling dat hij zijn toestemmingsmemo had vervalst. En zijn vertrouweling Olivier L. zou daarbij betrokken zijn. Een ernstige aantijging tegen zijn cliënt, aldus Meijer. ‘Maar L. betwist en ontkent elke betrokkenheid bij het memo.’
Niet mogelijk feiten te scheiden van losse flodders
Meijer: ‘L. worden onwaarheden in de schoenen geschoven door Van Vlijmen. Het is niet meer mogelijk feiten te scheiden van losse flodders en ongesubstantieerde aantijgingen. Jan van Vlijmen blijkt het hele verhaal over dat memo uit zijn duim te hebben gezogen.’
Ook de voor Olivier L. zeer belastende bekentenissen van de projectontwikkelaars Rob W. en Maarten M. acht de advocaat waardeloos. Want dit duo is volgens hem ‘sowieso volstrekt onbetrouwbaar’ en ‘opportunistisch’. ‘Ze blijven om de zaken heen draaien.’
Bekentenissen uitgegroeid to belangrijk bewijsmateriaal
Rob W. en Maarten M. zijn eind 2009 in een eerste procesronde tot zestien maanden cel veroordeeld voor hun rol in de vastgoedfraude rond Bouwfonds en Philips Pensioenfonds. Het tweetal is na aanvankelijke ontkenningen in de loop van het proces mee gaan werken met het Openbaar Ministerie. Hun bekentenissen zijn uitgegroeid tot belangrijk bewijsmateriaal in de huidige strafzaak tegen twaalf andere verdachten, onder wie L.
Om de rechtbank te overtuigen van de loosheid van de belastende verklaringen las advocaat Meijer in extenso een woordelijk verslag voor van een van de laatste verhoren van de spijtoptanten. Die voorleessessie duurde bijna een uur en bevatte niets anders dan dat Rob W. zich nu weer consequent op zijn verschoningsrecht beriep. Dat is het recht van een getuige antwoord te weigeren als hij vreest zichzelf te belasten.
Het OM was niet onder de indruk van dit pleidooi van de advocaat van L. Liefst had het OM hem meteen van repliek gediend. Maar dat ging niet door.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.