Maar er kan nog wel wat worden verbeterd wat betreft rechtszekerheid, publieke consultatie en coördinatie bij de vergunningverlening. Al met al geen reden om een schaliegas-richtlijn af te wachten. Die komt er waarschijnlijk pas als de commerciële exploitatiefase begint, misschien na 2015.
Studie
De Europese Commissie publiceerde vorige maand een studie naar de juridische positie van exploratie en winning van onconventionele gas in de EU. De studie onderzocht specifiek het juridische regime in Duitsland, Frankrijk, Polen en Zweden. De keuze viel op deze vier landen omdat de eerste drie landen op dit moment de meeste exploratievergunningen voor schaliegas hebben verleend en in Zweden de eerste winning plaatsvindt. Exxon, Total, Talisman en Gripen werden geïnterviewd en diverse overheden geconsulteerd.
Juridisch raamwerk
De studie concludeert dat er in de unie een adequaat juridisch raamwerk is voor schaliegas-activiteiten. Vergunningen voor exploratie en winning worden vereist door diverse Europese richtlijnen betreffende onder meer koolwaterstoffen, (grond)water, mijnbouwafval, chemische stoffen en natuurbescherming. Er is een raamwerk voor milieueffect rapportage en publieke toegang tot informatie betreffende het milieu. En tenslotte is er een Europees aansprakelijkheidsregime voor milieuschade en mijnbouwschade. Deze Europese richtlijnen zijn in de lidstaten geïmplementeerd of worden dat binnenkort. Conclusie: er bestaan geen belangrijke leemtes in het wetgevend kader.
Stilzitten ?
Maar dat is nog geen reden tot stilzitten. Met name in Duitsland en Frankrijk is er veel onzekerheid over de regulering van schaliegas. In Nordrhein-Westfalen zijn alle schaliegas-activiteiten stilgelegd totdat verdere bestudering van de effecten is afgerond. In Frankrijk zijn ‘fracking’ activiteiten verboden en ging men zelfs zo ver dat al verleende vergunningen in drie gevallen weer werden ingetrokken. De studie stelt vast dat deze juridische onzekerheid een negatief effect heeft op de investeringsbereidheid van geïnteresseerde bedrijven.
Een andere mogelijkheid tot verbetering ligt op het gebied van de milieueffect rapportage en publieke consultatie. Vaak starten dit soort projecten kleinschalig, met een gering effect op de omgeving, en wordt er –bij succes- flink ‘opgeschaald’. Hierdoor bestaat een risico dat projecten tussen wal en schip vallen: in de exploratiefase hoeven ze geen milieueffect rapportage te doen omdat ze te klein zijn, en later -in de winningsfase- is er, ondanks de opschaling, geen meer vereist. Deze rapportage en consultatie is juist erg belangrijk in verband met de publieke inspraak en -acceptatie. Een soortgelijke situatie zagen we eind vorig jaar nog bij de bestemmingsplannen in Noord-Brabant.
Tenslotte wijst het rapport op de mogelijkheid om de vergunningverlening meer te coördineren, het albekende ‘one-stop-shoppen’. Opmerkelijk is dat het rapport niet alleen benadrukt dat die coördinatie beter is voor de bedrijven die om een exploratie- of winningsvergunning verzoeken, maar ook voor de vergunningverlenende overheid.
Hierdoor kan meer ervaring worden opgebouwd en wordt vermeden dat de aanvrager invloed zou kunnen uitoefenen doordat hij in feite de coördinerende rol op zich neemt. Misschien een extra argument voor Minister Verhagen bij zijn pogingen om onconventionele bronnen verkend te krijgen door proefboringen en testen. Door de vergunningverlening te bundelen zit de overheid vroeg in de leercurve. Als de overheid niet in de ‘drivers seat’ zit, liever ‘shotgun’ rijden dan op de achterbank.
W. Koster is advocaat/partner bij Norton Rose LLP Amsterdam
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.