*

Europese Offshore Windparken: zoek de verschillen! | Het Financieele Dagblad
Inloggen
E-mailadres
Wachtwoord
Onthoud mij
Inloggen
 
selections energie

Europese Offshore Windparken: zoek de verschillen!

Weero Koster
Tuesday 21 February 2012, 11:03
update: Tuesday 10 April 2012, 17:11
Email-a-Friend
Naam ontvanger
E-mail ontvanger
Naam verzender
E-mail verzender
 
Weero Koster
Weero Koster
Engeland, Duitsland en Nederland hebben tezamen het doel om 63,000 MW aan windparken op zee te  bouwen. Maar niet gezamenlijk. Het is ieder voor zich en onze westelijke en oostelijke buren lijken veel succesvoller dan wij. Wat zijn de verschillen?

Vier verschillen

Het succes van onze buurlanden is verklaarbaar uit vier grote verschillen in de aanpak van wind op zee: de vergunningen, de aansluiting en het transport, de locatierechten en de subsidies.

Op het gebied van de vergunningverlening doet Nederland het relatief goed: net als Duitsland gaan wij uit van een enkele vergunning. Die is bij ons gebaseerd op de Waterwet en geldt zowel voor de territoriale zee als de zogenoemde ‘exclusieve economische zone’.

In Engeland is de situatie ingewikkelder doordat diverse vergunningen moeten worden verkregen met betrekking tot de elektriciteitslevering en de bescherming van de kust en het milieu. Doordat echter in Nederland de beheerder van het hoogspanningsnet de parken niet op zee aansluit, maar aan land, wordt dat voordeel gedeeltelijk weer verminderd. Er zijn dan toch weer diverse andere vergunningen nodig voor de werken op land.

Groot verschil met Duitsland en Engeland

Dit laatste is een groot verschil met Duitsland en Engeland. Onze oosterburen maken het de projecten gemakkelijk. De beheerder van het Duitse hoogspanningsnet (voor een deel is dat dezelfde als onze hoogspanningsnetbeheerder) is verantwoordelijk voor de aanleg en het beheer van het net op zee – en voor de kosten daarvan.

Engeland kent een tussenoplossing: de ontwikkelaar van het park bouwt de aansluiting op zee, maar verkoopt die bij eerste elektriciteitsopwekking aan de overheid. Dat geeft dus niet het gemak dat de netbeheerder bouwt en aansluit, maar dat nadeel heeft het voordeel van een flexibiliteit in aanpak en planning bij de aanleg.

Wat betreft de rechten tot de locatie op zee nemen we een soortgelijke positie in als de Engelsen. Een overeenkomst met de overheid binnen de territoriale wateren, maar daarbuiten –in de exclusieve economische zone- niet. Duitsland doet het weer beter, door geen concessie of andersoortige overeenkomst te eisen.

Successtory

Tenslotte de grote Duitse successtory: het Duitse ‘feed-in’ tarief. Door de afnameverplichting gekoppeld aan een vrij hoog tarief, waarbij voor twee verschillende hoogtes en looptijden kan worden gekozen, wordt aan de projecten een solide financiële basis geboden.

Onze westerburen maken het vrij ingewikkeld doordat naast de prijs van de grijze stroom een drietal groene voordelen kan worden verkregen, die tezamen ongeveer twee maal zoveel waarde vertegenwoordigen als de grijze stroom zelf. Maar ja, dat is altijd nog veel beter dan de onduidelijkheid in de subsidieverlening voor nieuwe offshore windprojecten in Nederland.

Het is duidelijk dat onze oosterburen het op al deze gebieden beter doen dan wij en dan onze westerburen aan de Noordzee. Maar ook die laatsten streven ons voorbij. Hun aanpak is wat ingewikkelder dat de Duitse, maar geeft aan de projecten ook veel zekerheid. Er is bij ons dus nog enige ruimte voor verbetering.

W. Koster is advocaat/partner Norton Rose LLP Amsterdam.

Reacties

Ingelogd als *Naam*
Ik ga akkoord met de spelregels en het privacybeleid van FD.nl
Nog x karakters beschikbaar

Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.

Inloggen
Wachtwoord vergeten?

Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.

Gratis registreren
  • Gratis 1 week het FD in de bus
  • Gratis 1 week het FD digitaal
  • Gratis 1 week onbeperkt FD.nl

Meer columns