Het partnerpensioen loopt dertig jaar achter op de realiteit. We leven in een nieuw tijdperk met een variëteit aan relatievormen en werkende partners. Een kapitaalverzekering past daar beter bij dan een partnerpensioen.
Met premies die bij voorkeur uit het netto-inkomen worden betaald. Dat geeft achterblijvende partners meer vrijheid en kost minder premie. In de jaren tachtig kwam er een weduwnaarspensioen en midden jaren negentig het partnerpensioen. Maar wetgever en werkgevers c.q. pensioenfondsen zijn grotendeels in de jaren zeventig blijven steken.
Toen was de gemiddelde werknemer misschien nog getrouwd met een partner die thuis voor gemiddeld 2,3 kinderen zorgde. Nieuwe generatie Anno 2011 is er een nieuwe generatie, met nieuwe patronen. In nog maar zo?n 10% van de relaties verdient slechts één van beide partners de kost.
De andere negentig procent bestaat uit eenpersoonshuishoudens en tweeverdieners, die samen gemiddeld nog maar voor 1,7 kinderen zorgen. De Algemene nabestaandenwet (Anw) voorziet inmiddels in afnemende mate in een pensioenuitkering. De wet gaat er vanuit dat een achterblijvende partner die jonger dan 65 jaar is, meestal zelf in een inkomen kan voorzien.
Wel rechtlijnig; aan iedereen wordt gevraagd (weer) aan het arbeidsproces deel te nemen en dat straks vol te houden tot zeventigjarige leeftijd. Relatievormen Er bestaat ondertussen een groot aantal relatievormen, van gehuwd in gemeenschap van goederen tot samenlevend zonder partnerregistratie of samenlevingsovereenkomst. Werknemers beslissen steeds meer zelf over hun financi?le omstandigheden, leningen, hypotheek, inrichting van hun relatie en soms zelfs over de manier waarop ze hun leven beëindigen.
De financiële situatie van werknemers kan enorm verschillen. Met de financiële situatie van een eventuele partner is het niet anders. De financiële behoefte van een nabestaande na overlijden van de partner is geen uniform gegeven meer en daarom past een standaard voorziening niet meer. Werknemers en hun partners kunnen alleen zelf bepalen hoe die er voor de achterblijvende partner uit moet zien. Risico's verzekeren Enerzijds bestaat de pensioenopbouw uit sparen en beleggen voor inkomen na de pensioendatum, helaas nog niet voor inkomensloze periodes vóór de pensioendatum.
Wel kan tegenwoordig in veel gevallen het pensioen enigermate worden afgestemd op persoonlijke omstandigheden. Anderzijds bestaat een pensioenvoorziening uit het verzekeren van risico's. Hiermee vang je voor je partner de financiële gevolgen van overlijden op. De vele relatievormen van tegenwoordig vragen om maatwerk. Het ligt meer voor de hand het kapitaal bij overlijden te verzekeren dan op voorhand een maandelijkse uitkering te verzekeren.
De bijkomende voordelen zijn groot. Meer transparantie en grotere flexibiliteit. Bovendien leidt de eenvoud tot minder mogelijke winstmarges en dus tot lagere premies. Zonder nabestaandenverzekering kan een werknemer meer sparen. De werknemer zou ervoor moeten kunnen kiezen wel of geen overlijdensdekking te nemen. Er is immers toch geen reden om werknemers zonder partner en werknemers die geen overlijdensdekking willen, werknemers te laten subsidiëren die wel voor een dergelijke verzekering kiezen?
Geen franchise De hoogte van het te verzekeren kapitaal kan per werknemer worden bepaald. Bijvoorbeeld én, twee of drie keer het jaarinkomen of, als maximum, de contante waarde van een traditioneel partnerpensioen. De grondslag moet worden gebaseerd op het inkomen, zonder franchise.
'Een franchise is gebaseerd op een eventuele uitkering uit de Anw. Maar we constateerden al dat via de huidige Anw steeds minder vaak pensioen wordt uitgekeerd aan de achterblijvende partner. Verder heeft een risicoverzekering na be?indiging geen waarde. Als een relatie eindigt, valt er dus niets te verdelen. Dit leidt tot meer eenvoud bij verevening en dat is al een verademing op zich. Het overlijdenskapitaal moet op een manier tot uitkering kunnen komen, die past bij de individuele situatie van de partner. Die is onder meer afhankelijk van werk, inkomen, leeftijd en kinderen. Netto-inkomen
De meest voor de hand liggende oplossing is om kapitaal bij overlijden te verzekeren uit het netto-inkomen. Dan is de uitkering onbelast. Wel valt het vermogen dan in box 3, waardoor het kapitaal in beginsel onder de vermogensrendementsheffing valt. De achterblijvende partner heeft volledige zeggenschap over de besteding van het kapitaal. Bovendien kan bij een onbelaste uitkering een lager overlijdenskapitaal worden verzekerd, wat tot lagere premies leidt.
Als de risicopremie uit het netto-inkomen wordt betaald, is een verplichting tot verzekering op grond van het burgerlijk wetboek niet mogelijk. Dat is uitstekend. Dat is nu juist de vrijheid die burgers moeten hebben om zelf te bepalen welke financiële zorg nodig is als een van beide komt te overlijden. De zorg van de werkgever blijft zo beperkt tot het aanbieden van een collectief concurrerend verzekeringsarrangement, waaruit werknemers voor hun partners d?e verzekering kunnen kiezen die het meest aansluit bij hun situatie.
Ruud Junge is vennoot bij Stattler & Waldorff vof en directeur van Route65 BV en beheerder van de website www.pensioenvisioen.nl
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.