Bij een goed georganiseerd aanbod van e-health hoeven werknemers en zelfstandigen onder werktijd minder vaak naar de huisarts, het ziekenhuis of de ggz. Dat levert elk jaar een productiviteitswinst van minstens drie arbeidsuren per werknemer op.
Maar op dit moment blijft de toepassing van e-health in Nederland steken in een lappendeken van kleinschalige experimenten. Daardoor blijven de maatschappelijke baten van e-health buiten de zorgsector onbenut. Zorgverzekeraars en zorgverleners zien e-health nog te veel als een kostenpost in plaats van een investering die zichzelf terugverdient.
De online dienstverlening van de Nederlandse zorgsector (e-health) blijft sterk achter bij andere economische sectoren en het buitenland. Mensen kunnen buiten werktijd via internet hun bankzaken afhandelen of een reis boeken, maar een direct contact met een huisarts, medisch specialist of psychiater is via internet vrijwel onmogelijk.
Zelf de regie nemen
Mondiger burgers willen de regie nemen over hun eigen gezondheid en niet langer passieve klanten van de zorgsector zijn. Door slim gebruik te maken van de mogelijkheden die ICT biedt, kan zorg met minder geld en met minder personeel worden geleverd.
Nog belangrijker is dat e-health het mogelijk maakt om buiten werktijd gebruik te maken van de zorg en om werknemers anders te laten werken bij ziekte.
Dit blijkt uit onderzoek van onderzoek- en adviesbureau APE, de Universiteit Maastricht en de Erasmus Universiteit Rotterdam. De opbrengsten van e-health buiten de zorgsector zijn minstens even belangrijk als de besparingen binnen de zorgsector zelf.
Maatschappelijke baten
Tot nu toe blijft het denken over e-health van zorgverleners beperkt tot de besparingen in de zorgsector zelf of meer kwaliteit voor de patiënt. Dat is een gemiste kans. De zorgsector moet denken aan de maatschappelijke baten van e-health, niet alleen aan de opbrengsten voor de zorgsector zelf.
Bij een integrale afweging van kosten en baten van e-health moeten ook verzuimverzekeraars, werkgevers en werknemersorganisaties worden betrokken. Het is goed dat dit nu ook wordt onderkend door werknemersorganisaties.
Vakorganisatie De Unie gaat e-health en zelfmanagement aan de orde stellen bij cao-besprekingen.
Verder moeten zorg- en verzuimverzekeraars de afweging maken tussen investeren in e-health en de uitkering van ziektegelden. Werkgevers kunnen hun werknemers eerder of anders aan het werk krijgen.
De huidige financiering van de zorg houdt geen rekening met de maatschappelijke opbrengsten buiten de zorg. Die financiering moet meer gericht zijn op de beloning van gezondheidswinst en grotere arbeidsdeelname. Dit vergt medefinanciering van wekgevers en verzuimverzekeraars. Pas dan kan de grote potentie van e-health volledig worden benut.
Kim Putters is hoogleraar Management van zorginstellingen en Maarten Janssen promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam; René Goudriaan is partner en Annelise Nootenboom senior-consultant bij APE; Wim Groot is hoogleraar gezondheidseconomie aan de Universiteit van Maastricht.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.