Omdat Achmea niets extra meer wilde inkopen, besloot het ziekenhuis tot een patiëntenstop voor Achmea-klanten. Dit is geen incident, maar is het effect van meer marktwerking in de zorg.
Drie koersveranderingen zijn de oorzaak van de problemen. Ten eerste de politieke wil om minder geld aan zorg uit te geven. Dat patiënten hier niets van (mogen) merken, is niet meer dan een loze wens want de stijging van de vraag trekt zich niet veel aan van de gewenste 1% extra groei, en ziekenhuizen willen geen nee moeten verkopen.
Ten tweede verandert de rol van de verzekeraars. Zij dragen nu risico’s. Wordt meer zorg verleend, dan kan dat bij hen leiden tot financiële overschrijdingen en die worden niet meer automatisch terugbetaald uit collectieve middelen. Om dat te vermijden, moeten zij sober inkopen en vooraf bepalen hoeveel van welke zorg ze bij welk ziekenhuis kopen. Door de minimale groeiruimte is de kans op een te krappe inkoop groot.
De derde verandering is de manier waarop de ziekenhuiszorg wordt betaald. Tot nu toe hing aan een bepaalde behandeling een prijskaartje, de diagnosebehandelcombinatie (dbc). DOT, ‘Dbc Op weg naar Transparantie’, moet de administratie verminderen en meer oog hebben voor de complexiteit van de zorg, maar het is allerminst uitontwikkeld. Toch is er wel een voorschot op genomen, door het zorgbudget 2012 te begrenzen.
Onzekerheid houdt aan
De nare interactie tussen deze drie veranderingen veroorzaakt nu serieuze problemen. De groei van de vraag en het beschikbare budget raken uit evenwicht, wachtlijsten zijn onvermijdelijk. Voor ziekenhuizen houdt de onzekerheid over de effecten van DOT aan. Er is slechts matig zicht op hoeveel van de ingekochte zorg al geleverd is. Daardoor wordt zorg uitgesteld en de ontevreden patiënten zullen hun zorg publiekelijk claimen.
Wat vermijdbare zorg betreft zullen ziekenhuizen graag een bijdrage leveren. Door daarover in gesprek te gaan met patiënten, kunnen ziekenhuizen de instroom van patiënten beperken. De politiek moet echter wel inzien dat beperking van zorg geen tovermiddel, en zeker niet de enige oplossing is.
De consequenties van de veranderingen zijn nog onduidelijk. De patiënt voelt de effecten nog niet, maar lang zal dat niet duren. En dan krijgen we ‘knijp-piep’-gedrag waarbij de patiënt gemakkelijk tussen wal en schip valt. Politiek en zorgverzekeraars mogen alvast over vangnetten nadenken.
Prof. dr. Bart Berden is bestuurder van het St. Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg en hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg Tias/Nimbas; Piet-Hein Buiting is bestuurder van het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.