TENNET IS VERANTWOORDELIJK VOOR DE INHOUD VAN DIT ARTIKEL

‘Flexibiliteit is de nieuwe renewable’

Als eigenaar van het hoogspanningsnet in Nederland en in grote delen van Duitsland, is TenneT direct verantwoordelijk voor de ongestoorde energievoorziening voor zo’n 41 miljoen mensen. Met de energietransitie in volle gang, is dat een stevige uitdaging, die vraagt om een internationale blik, uitzonderlijk grootschalige investeringen en een krachtige focus op innovatie, aldus CEO Manon van Beek: ‘De Deltawerken vallen hierbij qua omvang volkomen in het niet’.

Toen Manon van Beek (48) vorig jaar na een lange loopbaan aan de top bij adviesfirma Accenture werd gevraagd om CEO bij TenneT te worden, hoefde ze niet lang na te denken: ‘Ik wist het meteen, duty calls’. Van Beek heeft als consultant leidinggegeven aan tal van transformaties bij uiteenlopende Europese nutsbedrijven. Nu staat ze aan zelf het roer van een grote Europese Transmission System Operator (TSO), die een leidende rol speelt in het hart van de energietransitie. Het doel: maximale leveringszekerheid tegen aanvaardbare kosten en met een breed maatschappelijk draagvlak. TenneT opereert in Nederland en Duitsland en is in betrekkelijk korte tijd gegroeid van enkele honderden medewerkers naar ruim viereneenhalfduizend. De assetwaarde is in die tijd gestegen van 0,5 naar 22 miljard euro.

‘We moeten we op zoek naar allerlei andere vormen van flexibel vermogen om de energievoorziening even betrouwbaar te houden als nu’

Als het gaat om de energietransitie, wat is dan de kern van de opgave waar TenneT voor staat?

‘De leverbetrouwbaarheid in ons verzorgingsgebied is ruim 99,99 procent – heel hoog dus. Met de energietransitie bouwen we aan een toekomst waarin zon en wind de belangrijkste primaire bronnen zijn die elektriciteit produceren. Let wel: al het andere wordt daar van afgeleid. Dat betekent dat we afscheid nemen van kolen- en kerncentrales en misschien ook gascentrales. Daarmee nemen we ook afscheid van ons conventionele regelvermogen, waarmee we vandaag in het energiesysteem vraag en aanbod in balans houden. Flexibiliteit is wat mij betreft de nieuwe renewable. We moeten op zoek naar allerlei andere vormen van flexibel vermogen om de energievoorziening even betrouwbaar te houden als nu. Anders gaat op zeker moment het licht een keer uit.’

Moeten we ons daar nu al zorgen over maken?

‘Vandaag misschien niet, maar we moeten wél echt tempo maken en niet te klein denken. Wie denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen, die heeft het mis: de plannen voor de Duitse kohlenausstieg en atomausstieg (beëindiging van het gebruik van kolen- en atoomcentrales – red.) liggen bijvoorbeeld gewoon klaar, met tijdpad en al. En wie denkt dat je dit regionaal of nationaal kan oplossen, die droomt. Energy system planning moet juist vanuit het oogpunt van leverbetrouwbaarheid in toenemende mate over de grenzen heen plaatsvinden. Daarom is TenneT, als internationaal opererende TSO, goed gepositioneerd om niet alleen te faciliteren in de energietransitie, maar ook om te stimuleren. En dat is hard nodig, want zonder grootschalige investeringen in transportcapaciteit en in innovatie om flexibiliteit in te kunnen bouwen, gaat het niet lukken.’

Welke strategie volgt TenneT hierin?

‘Als je er in slaagt om de gemiddelde benutting met bijvoorbeeld tien procent te verhogen, dan scheelt je dat miljarden aan uitbreidingsinvesteringen’

‘Onze strategie is in vier woorden samen te vatten: investeren, digitaliseren en flexibiliteit ontsluiten. Ons investeringsprogramma voor de komende tien jaar gaat minimaal 35 miljard euro kosten. Daarvan wordt 23 miljard geïnvesteerd in Duitsland en 12 miljard in Nederland. In Nederland gaat onder meer geld naar het aansluiten van offshore windparken en het versterken van het net op land. In Duitsland leggen we bijvoorbeeld Suedlink en SüdostLink aan, honderden kilometers lange, ondergrondse gelijkspanningsverbindingen tussen noord- en zuid Duitsland. In het noorden waait het vaak en hard, in het zuiden zitten de grote verbruikscentra (industrie) van elektriciteit. Met Suedlink kunnen we maar liefst tien miljoen huishoudens betrouwbaar voorzien van duurzame elektriciteit.'

'Het is in alle opzichten een uniek project, zoiets is in de wereld nog niet eerder gedaan. Bij digitalisering kijken we onder meer naar een betere benutting van de netten. Nu wordt de capaciteit daarvan voor gemiddeld zo’n 25 procent benut. De rest van de capaciteit is nodig voor het opvangen van piekbelasting. Als je er in slaagt om de gemiddelde benutting met bijvoorbeeld tien procent te verhogen, dan scheelt je dat miljarden aan uitbreidingsinvesteringen.'

'Om voldoende flexibiliteit te kunnen ontsluiten weten we dat we het niet moeten hebben van één “ei van Columbus”, maar van een hele reeks innovaties in systemen, techniek en wet- en regelgeving. Daar zetten we dan ook op in door samenwerking te zoeken met de meest uiteenlopende partijen – van industrie tot natuurorganisaties en van toezichthouders tot hogescholen en universiteiten.’

Een van de flexibele alternatieven waar over wordt gesproken, is het omzetten van ongebruikte groene stroom naar waterstof. Sceptici beweren dat daar nooit een sluitende business case van te maken is.

‘Dat het allemaal niet zou kunnen, is gemakkelijk gezegd. Het punt hier is: we weten het niet. Als je er nu naar kijkt, dan is de waarde van de rol van waterstof nog lang niet bewezen. Maar we kunnen het ons eenvoudigweg niet permitteren om niet grondig te onderzoeken hoe er wél een goede business case van te maken is. Dat vind je niet uit op laboratoriumschaal. Om het antwoord te vinden, moeten we realistische pilots op een realistische schaal uitvoeren.'

'Daarom werken we bijvoorbeeld in Duitsland samen met Gasunie en Thyssengas aan de realisatie van een elektrolyse installatie van 100 MW die vanaf 2022 groene waterstof kan leveren aan de industrie. We werken samen met Shell en Siemens aan plannen om een offshore windenergie-tender te koppelen aan een power-to-gas installatie, die overtollige elektriciteit omzet in groene waterstof. Met Gasunie hebben we in maart de gezamenlijke Infrastructure Outlook 2050 gepresenteerd. Die beschrijft in verschillende scenario’s hoe we geïntegreerd te werk kunnen gaan om de effecten op te vangen van fluctuaties in de elektriciteitsproductie, inclusief een belangrijke rol voor groene waterstof.’

Hoe beoordeelt u het innovatieklimaat in het TenneT verzorgingsgebied?

‘Nu lopen we in Nederland inderdaad nog achter als het gaat om duurzaam opgewekte energie, maar die verhouding zou in de toekomst zomaar eens kunnen omslaan’

‘Daar ben ik best tevreden over. Sommige dingen zijn lastig. In bijvoorbeeld de Eemshaven werk je met twee wetgevende systemen als het gaat om onze interconnectoren met Noorwegen en Denemarken. Anderzijds kunnen we vaak heel snel handelen en we hebben al veel moois gerealiseerd. Als ik bijvoorbeeld kijk naar de standaard-aansluitconcepten die we hebben ontwikkeld voor windparken op zee, dan ben ik daar gewoon trots op. Dat gaat razendsnel, simpel, voorspelbaar en goed.'

'Wat ik verder sterk vind aan Nederland, is de wijze waarop we hier in gezamenlijkheid de energietransitie vormgeven – eerst met het energieakkoord, nu met het klimaatakkoord. Het lijkt misschien allemaal wat stroperig, maar het betekent wél dat iedereen mee heeft kunnen denken en praten en dat er een heel breed, stevig draagvlak is voor de vervolgstappen.'

'In Duitsland doen ze dat anders: er wordt top-down een gedetailleerd plan neergelegd en dat is het. Dat lijkt een snelle, daadkrachtige route, maar die roept ook gemakkelijk maatschappelijke weerstand op, waardoor zaken weer vertraagd worden. Nu lopen we in Nederland inderdaad nog achter als het gaat om duurzaam opgewekte energie, maar die verhouding zou juist hierdoor in de toekomst zomaar eens kunnen omslaan.’

TenneT is een gereguleerd bedrijf, dat ingekaderd wordt door Nederlandse en Duitse elektriciteitswetten. Bestaat daarbinnen voldoende ruimte voor innovatie?

‘Het feit dat we door dat regulatorische kader nooit een marktpartij kunnen zijn of worden, heeft als voordeel dat de markt niet aan onze motieven hoeft te twijfelen. Dat maakt samenwerken en kennisdeling eenvoudiger en dat is een groot pluspunt. Waar ik wél echt verandering in zou willen zien, is de focus van het regulatorische kader. Die is sterk gericht op het afdwingen van efficiency bij de netbeheerders. Het geeft zo géén prikkel voor innovatie en biedt onvoldoende ruimte om op een flinke schaal pilots te kunnen uitvoeren.’

In sommige segmenten van de publieke opinie en landelijke en internationale politiek, liggen de energietransitie en de klimaatinspanningen momenteel stevig onder vuur. Heeft TenneT daar ‘last’ van?

‘De maatschappelijke discussie is zeker een factor. Dat een discussie gevoerd moet worden, staat vast. Net als het feit dat de energietransitie betaalbaar en inclusief moet zijn. Over de vraag hoe dat moet en of we op de goede weg zijn, kun je volop van mening verschillen. Maar het gesprek wordt moeilijk als iedereen met zijn eigen “feiten” aan de haal gaat. Zo hadden we laatst een Duitse minister die beweerde dat de hele energietransitie op te lossen valt met een paar miljoen zonnepanelen. Heb je daar last van? Jazeker, en ik vind dat zorgelijk, want we hebben hier eigenlijk geen tijd voor.’

Een knelpunt van betekenis in de energietransitie is menskracht. Hoe beïnvloedt dit de innovatie- en investeringsagenda van TenneT?

‘Gelukkig kan ik zeggen dat TenneT een aantrekkelijke werkgever blijkt voor jongeren. Maar voor de energietransitie zijn tienduizenden mensen nodig en als werkgevers vissen we allemaal in dezelfde vijver. Samenwerken is hier wat mij betreft de sleutel. Dat doen we bijvoorbeeld door partners te vinden en onderzoeksvragen neer te leggen bij universiteiten en hogescholen. Zo onderzoeken we in het project InnoSys met andere netbeheerders, universiteiten en marktpartijen nieuwe IT-oplossingen om de transportcapaciteit van het bestaande hoogspanningsnet beter te benutten.'

'En wat mij betreft zou het nog wel wat gedurfder mogen, bijvoorbeeld door lastige, onopgeloste vraagstukken waarover we méér willen weten open en eerlijk voor te leggen. Ik denk bijvoorbeeld aan Dunkelflaute-scenario’s. (Duitse term voor gelijktijdig gebrek aan zonlicht – ‘dunkel’ – en windstilte – flaute’ – red.). Het kan heel krachtig kan zijn als je je op die manier kwetsbaar toont.’

Onderwerpen